Tumgir
degracieuse · 7 days ago
Note
Wat is een zesvoudige steek bij haken?
Hoi, ik weet natuurlijk niet over welk patroon het gaat- maar ik denk dat je een zesvoudig stokje bedoeld.
Bij een gewoon stokje sla je één keer om, bij een dubbel stokje twee, en dan bij een zesvoudig stokje dus zes keer omslaan. Het werkt hetzelfde als bij een (dubbel) stokje maar dan dus vaker omslaan.
Hier een linkje met uitleg/filmpje/plaatjes bij lange steken.
Ik hoop dat je het zo snapt, zo niet kan je altijd nog een berichtje sturen. :)
1 note · View note
degracieuse · 11 months ago
Photo
Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media
Alphabet met den point-lacé geborduurd, met guipurekoord uit te voeren Afbeeld. No. 55―63. De naamcijfers met den point-lacé geborduurd worden met fijn guipurekoord en garen uitgevoerd, zij vormen een kantachtig weefsel en worden hetzij op een fond van batist, neteldoek, fijn linnen enz. gewerkt of zonder fond vervaardigd en in de stof gezet. Zij zijn vooral geschikt ter versiering van zakdoeken, en kunnen ook voor het teekenen van beddelinnen, b. v. kussensloopen gebruikt worden, in het laatste geval plaatst men de letters in het midden op de bovenste vlakte van het sloop. Afbeelding No. 55 leert de uitvoering van het alphabet op de stof door de vergroot voorgestelde letter A. voor de uitvoering hiervan teekent men de bestemde letters op schrijfpapier, bevestigt het op wasdoek of papier, hecht er dan de stof op en voert eerst langs de omtrekken van de voorgeteekende letters volgens afb. No. 55 en No. 13 de gefestonneerde bogen met fijn garen uit. Daar, waar twee rijen gefestonneerde bogen tegen elkander gekeerd worden uitgevoerd, moeten deze verzet worden, ook moet men de steken van de beide gefestonneerde rijen in dezelfde lijn werken. (De stokjes, die de omtrekken van de letters verbinden, blijven in deze uitvoering weg). Zijn al de gefestonneerde bogen voltooid, dan voert men binnen de letters volgens afb. No. 63 de kantsteken uit, waarbij men evenwel niet in de stof moet steken. De letter A vult men met den point-de-tulle, met den point-d’echelle, met den point-de-filet en met wieltjes. De uitvoering van den point-de-tulle leert afb. No. 58, men vult de bestemde opening eerst met den point d’espagne, zie afb. No. 21. De gefestonneerde bogen worden daarna in heen en teruggaande rijen telkens eenmaal met den draad omwonden, daar men, even als bij het werken van den gekruisten naad, om de stokjes tusschen de gefestonneerde bogen steekt en daarbij gedurig van twee over elkander liggende rijen stokjes afwisselend eenmaal het onderste, eenmaal het bovenste stokje zoodanig meet de naald opneemt, als afb. No. 58 het aantoont. De plaats waar men de naald voor het volgende stokje moet insteken, is op afb. No. 58 met een kruis, waar men uit moet komen, met een punt aangeduid. De point-de-filet kan volgens afb. No. 20 of afb. No. 59 vervaardigd worden, die tegelijkertijd de uitvoering van den point-de-reprise met den geknoopten fond aantoont. Voor de uitvoering van den point-de-filet volgens afbeeld. No. 59 spant men de draden heen en teruggaande eerst in eene, dan in de tegenovergestelde richting, waarbij men in de tweede rij den werkdraad aan elk kruispunt volgens afb. No. 59 aan de hiervoor gespannen rij met een festonneersteek moet verbinden. Voor de uitvoering van den point-d’echelle spant men volgens de afb. voor de bestemde letter den werkdraad in heen en teruggaande rijen van den eenen omtrek tot den anderen. De wieltjes worden volgens de bekende wijze uitgevoerd. De kantsteken hier vermeld worden gedeeltelijk ook in de overige letters uitgevoerd, bovendien komt bij de letters C, O en S een ander soort van wieltjes voor. Deze worden volgens afb. No. 62 vervaardigd, daar men eerst voor elke twee draden van het wieltje eene lus uitvoerd. Om van het laatste oogje tot het midden te komen, omwoelt men het tweemaal met den draad en verbindt dan al de oogjes, waarvoor men ze volgens afb. No. 62 op den werkdraad rijgt en dezen dan zoodanig aanhaalt, dat zich een kleine ring vormt. Dan wordt de draad zorgvuldig bevestigd. In de letters F en S wordt de fond met den point-de-filet uitgevoerd, met den point-de-reprise doorgestopt, zooals afb. No. 59 leert; in de letters G, Q en V komen halve wieltjes voor, waarvan de uitvoering door afb. No. 61 wordt aangetoond. Men spant eerst den boog van het halve wieltjes, maakt om dit een festonneersteek, spant dan het eerste stokje, omwoelt dit eenige malen met den werkdraad, maakt nogmaals een festonneersteek om den boog en gaat zoo voort, tot dat het halve wieltje voltooid is. In de letters M en P komt bovendien eene invulling met den double-point-d’espagne voor, die zoodanig wordt uitgevoerd, als afb. No. 38 en de daarbij behoorende beschrijving leert. Bij de letter M voert men eerst de 4 rijen met den double-point-d’espagne uit en vult dan de opening tusschen elke 4 rijen met een wieltje. De letter P wordt volgens afb. No. 39 gevuld, evenwel moet men in plaats van elke 3 stokjes aldaar uitgevoerd, telkens slechts twee stokjes naast elkander werken. Zijn de kantsteken binnen de letters voltooid, dan zoomt men volgens afb. No. 55 er het guipurekoord dicht met kleine steken op, die zoo onzichtbaar mogelijk moeten wezen. Het begin en einde van het koord haalt men door eene naainaald naar de achterzijde van de stof en bevestigt het aldaar. ― Afb. No. 57 stelt de letter A op de stof ingezet voor, afb. No. 56 leert de vervaardiging en toont tegelijkertijd aan, hoe de letters aan de achterzijde uitgevoerd, in den spiegel voorkomen, daar de verkeerde zijde van het borduurwerk later voor de rechterzijde gerekend wordt. Men verkrijgt daardoor een zuiverder werk. Eerst moet men de bestemde letters volgens afb. No. 63 op het geolied linnen teekenen, dit dan omkeeren, de letters nu aan de achterzijde voorkomende met een dikke lijn natrekken en het linnen op het papier hechten. Is dit geschied, dan naait men er het guipurekoord langs de teekening dicht met voorsteekjes op (zie afb. No. 56), bevestigt het begin en einde van het koord zeer zorgvuldig, en naait het koord daar, waar het zich kruist, met kleine zoomsteken aan elkander. Dan voert men naar aanwijzing van de letter aan een of aan beide zijden van het koord de festonneersteken uit, zooals afb. No. 13 en de daarbij behoorende beschrijving het leert, men moet bij elken steek zoo weinig mogelijk van het koord opnemen en aan de zijde van het koord insteken. De stokjes, die de omtrekken verbinden, worden evenals bij het festonneeren gespannen, daar men den draad volgens de afb. aan den tegenoverliggenden festonneersteek verbindt, het daardoor gevormde stokje een of tweemaal omwoelt, de picots volgens afb. No. 50 en de daarbij behoorende beschrijving uitvoert, het stokje nogmaals omwoelt, dan de naald door den laatsten festonneersteek steekt en verder festonneert, tot dat men aan de plaats gekomen is, waar het volgende stokje gespannen wordt. Afb. No. 60 stelt de uitvoering van de stokjes voor. Nadat alle stokjes gespannen zijn, voert men telkens naar de afb. van de letter en naar de voorafgegane aanwijzing de kantsteken uit. Is de letter voltooid, dan tarnt men haar zorgvuldig van het papier, hecht haar op den fond, rijgt de letter langs den buitenrand met borduurkatoen op den fond en festonneert de letter langs den voorgeregen draad op den fond. Men moet hierbij gedurig in de gefestonneerde bogen langs den buitenrand van de letters en ― waar de letter het vereischt ― in de picots van de stokjes steken, zie letter A, afb. No. 57. Onder de letter knipt men de stof langs de festonneersteken zorgvuldig weg.
8 notes · View notes
degracieuse · 11 months ago
Photo
Tumblr media Tumblr media Tumblr media
Verschillende doorloopende patronen (3) Afbeelding No. 32―54. Afb. No. 52. Patroon met den point-de-Cordoue. Men spant eerst binnen de figuur de loodrechte stokjes, waarbij men na het werken van elk stokje den werkdraad aan de achterzijde van het band tot aan de plaats voor het volgende stokje laat liggen, dan spant men den waterpasliggenden draad en werkt de puntvormige figuren. De onvoltooide figuur op de afbeelding stelt de uitvoering duidelijk voor. Na voltooiing van elk figuur omwoelt men den waterpasliggenden draad tot aan de volgende figuur, werkt deze en gaat zoo voort. Afb. No. 53 en 54. De kant, afb. No. 53, bestaat uit verzette festonneersteken, die in heen en teruggaande rijen worden uitgevoerd. De laatste rij van de kant wordt zoodanig gewerkt als de bogen van den rand, afb. No. 13. Voor het patroon, afb. No. 54, werkt men afwisselend heengaande eene rij gefestonneerde moezen naar afb. No. 12. Teruggaande eene rij eenvoudige festonneersteken.
2 notes · View notes
house-ad · 2 months ago
Photo
Tumblr media
6K notes · View notes
degracieuse · 11 months ago
Photo
Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media
Verschillende doorloopende patronen (2) Afbeelding No. 32―54. Afb. No. 42. Picots á l’Anglaise. Voor deze picots spant men tusschen twee handen een rechten draad van de rechter naar de linkerzijde en werkt om dezen 5 of 6 festonneersteken. Daarna voert men een op zich zelf staanden picot uit, waarvoor men volgens afb. No. 42 een grooten festonneersteek werkt, dezen met eene naald strak trekt en hem op het papier vaststeekt. De drievoudige laag draden omwerkt men van het einde van de lus af met 3 of 4 festonneersteken volgens de afb., zoodat aan de spits van het stokje slechts eene kleine lus blijft staan, zooals de afb. aan de reeds gereed zijnde picots aantoont. Afb. 43. Patroon met den point-de-filet. Deze kantsteek bootst het knoopwerk na. Men werkt eerst om den rand van het bovenste band van de linkerzijde af beginnende, eene rij knoopen volgens afb. No. 9; tusschen deze knoopen, die zich na elke 4 stokjes van den open rand herhalen, moet de werkdraad gedurig een boog vormen. Na het uitvoeren van den laatsten knoop van de rij voert men den werkdraad tot aan het derde stokje van den binnensten open rand (zie de afb.); van hier af spant men den draad in eene rechte richting tot aan den anderen zijrand van de figuur en werkt nu om de bogen van de eerste rij en tevens om den waterpasliggenden draad stekende, eene rij knoopen als de knoopen van de eerste rij (zie de afb.). Afb. No. 44 en 45. Patroon in den point-brabançon en in den point-de-valenciennes. Beide patronen worden in heen en teruggaande rijen met festonneersteken gewerkt, die dichter of wijder aan elkander moeten komen. De afb. stellen de uitvoering duidelijk voor. Afb. No. 46 en 47. Point-d’Alençon. Men werkt tusschen de beide banden die verbonden moeten worden den bekenden gekruisten naad en omwoelt ter vervaardiging van den kantsteek, afb. No. 46, elk stokje hiervan eenige malen met den werkdraad, dan omvat men het einde van het eene en het einde van het andere stokje tevens met een festonneersteek, omwoelt het volgende stokje en zoo voort. Aan afb. No. 47 worden de stokjes van den gekruisten naad niet omwonden, maar dicht gefestonneerd. Afbeelding No. 48 en 49. Het wieltje wordt gewerkt, door den werkdraad in de bestemde figuur zoodanig te spannen, als afb. No. 48 het volgens de letters aangeeft. Men hecht dus den draad bij de plaats a aan, verbindt hem aan de plaats b, voert hem door het omwoelen van het zooeven gevormde stokje tot aan het middelpunt terug, verbindt hem aan plaats c, voert hem door het omwinden van het laatste stokje weder naar het middelpunt terug en gaat zoo voort. Heeft men alle stokjes gemaakt, dan stopt men deze met den point-de-reprise door en omwoelt dan het laatste nog onbewerkte stokje tot aan plaats d, waar de draad bevestigd wordt. Afb. No. 50. Patroon met den point-de-guipure met picots. Men bevestigt den draad aan de plaats met een kruis aangeduid, en voert hem van daar af tot aan punt. Dezen gespannen draad hecht men in het midden op het papier vast, zoodat hij een driehoek vormt. Dan omwerkt men hem met festonneersteken, na elke 3 of 4 festonneersteken werkt men een picot, waarvoor men de naald volgens afb. No. 50 van boven naar onderen in den laatsten festonneersteek steekt, en dan met den werkdraad 5 of 6 maal omwoelt. Deze omwindingen houdt men met den duim van de linkerhand vast, trekt de naald door de omwindingen en haalt den draad stijf aan. Is de gespannen draad geheel omwerkt, dan voert men den werkdraad tot aan het naastbijzijnde loodrechte stokje, terwijl men eenige malen door den buitenrand van het band steekt. Dan spant men nogmaals een draad, dien men aan den hoek van den hiervoor vervaardigden driehoek bevestigt en insgelijks in het midden zoodanig vasthecht dat hij een driehoek vormt. Dezen omwerkt men als den eersten en gaat zoo voort tot dat de eerste rij voltooid is. De tweede rij begint men aan den hoek van den eersten driehoek, overigens werkt men haar als de eerste rij, alleen moet men na voltooiing van elken driehoek door het volgende dwarsstokje onder de festonneersteken door steken. Afb. No. 51. Patroon met den point-de-Venise. Men spant op regelmatige afstanden dubbele draden en omwerkt deze dicht met festonneersteken. Aan beide zijden van elk gefestonneerd stokje voert men eene rij dubbele festonneersteken uit (zie afb. No. 10), die elk door drie festonneersteken van het stokje van elkander moeten gescheiden worden.
1 note · View note
degracieuse · 11 months ago
Photo
Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media
Verschillende doorloopende patronen (1) Afbeelding No. 32―54. Deze patronen zijn geschikt tot het invullen van figuren van het patroon en de openingen tusschen de figuren. Afbeelding No. 32. Voor dit patroon in den point-d’angleterre, spant men de draden volgens de afbeeld. eerst alle naar de eene, dan naar de andere zijde. Aan de kruispunten van de draden voert men volgens de afbeelding de wieltjes uit, daar men steeds afwisselend den werkdraad eenmaal onder, eenmaal boven elke 4 draden doorhaalt; daar het een even getal draden is, zoo moet men den draad gedurig in de eene cirkelomwinding eenmaal onder twee, in de andere omwinding boven twee naast elkander liggende draden doorhalen, doch dit moet gedurig verzet worden. Afb. No. 33. Figuur met den point-de-guipure. Men bevestigt den draad aan de plaats met een kruis aangeduid, voert hem tot aan de bovenste spits van de figuur, zoodat hij een boog vormt, werkt om dezen 7 of 8 festonneersteken, spant den draad tot aan het punt, zoodat hij insgelijks een boog vormt. Dezen boog omwerkt men geheel, den eerst gespannen boog slechts tot aan het midden met festonneersteken, voert van hier af den draad tot aan het midden van den geheel gefestonneerden boog, verbindt hem daaraan, zoodat weder een boog gevormd is, en omwerkt dezen tot aan het midden; van hier af spant men het laatst afgewerkte stokje van de afb., omwerkt dit in verband met de beide nog onvoltooide bogen en voltooit de figuur volgens de afbeelding. Afbeelding No. 34. Patroon met den point-de-sorrento. Men spant den draad van den eenen omtrek tot den anderen en omwoelt hem eenige malen met den draad. Na drie stokjes dicht naast elkander uitgevoerd te hebben haalt men den draad eenige malen om den buitenrand van het band en maakt drie stokjes. Afbeelding No. 35. Patroon met den point-de-bruxelles. Om dezen uit te voeren werkt men telkens op kleine afstanden drie stokjes; voor elk stokje voert men de naald, van boven naar onderen stekende, door het band en omwoelt den draad, daar men de naald er omheen steekt. Deze kantsteek wordt in heen en teruggaande rijen en verzet gewerkt. Afbeeld. No. 36. Figuur met den point-d’arête. Men begint op de plaats op afb. No. 36 met een kruis aangeduid, spant den draad tot van boven in het midden van de figuur, omwoelt hem tweemaal, spant hem dan tot aan de tegenoverliggende zijde van het kruis en overwerkt het nu gevormde dwarsstokje met festonneersteken. Dan voert men door het band stekende, den draad tot aan de plaats, van waar men het volgende stokje wil spannen, voert van hier af den draad tot aan het midden van het dwarsstokje, verbindt hem aldaar dicht onder het omwonden lange stokje en werkt in de beschrevene wijze volgens de afbeelding voort. Afb. No. 37. Figuur met den point-de-sorrento. Eerst spant men volgens de afb. het onderste dwarsstokje, omwoelt dit tot aan het midden en voert, het middelste stokje vormende, den werkdraad tot aan de spits van het blad. Dit stokje omwoelt men eerst driemaal, spant dan het eerste schuine stokje dat zich ter linkerzijde bevindt, omwoelt dit volgens de afbeeld., werkt daarna het eerste stokje aan de rechterzijde, omwoelt weder het middelste stokje tot aan het volgende dwarsstokje en gaat zoo voort. ― Afb. No. 38. Patroon in den double-point-d’espagne. Men werkt de rijen stokjes heen en teruggaande, elk stokje bestaat uit eene lus, die driemaal omwonden wordt. Afb. No. 39. Doorloopend patroon in den double-point-d’espagne. Dit wordt op dezelfde wijze als het hiervoor beschrevene patroon uitgevoerd, alleen moet men telkens drie stokjes naast elkander werken. Afb. No. 40 en 41. Netvormig fond in den point-de-guipure. Men spant eerst volgens afb. No. 40 een net van draden, bevestigt hiervoor den draad aan het band op de plaats met 1 aangeduid, voert den draad van de linker naar de rechterzijde gaande, naar 2, werkt aldaar een festonneersteek, omwoelt den draad tweemaal, voert hem naar 3, en gaat op deze wijze naar onze aanwijzing voort. Van 21 af spant men de draden naar aanwijzing van de dunne lijnen. Voor het festonneeren van de stokjes hecht men den draad bij 1 van het band aan, festonneert van de rechter naar de linkerzijde tot aan het stokje 2. Men moet hierbij volgens afb. No. 41 een picot uitvoeren, zooals afb. No. 50 en de daarbij behoorende beschrijving leert. Van het stokje af voert men den werkdraad tot 2, festonneert nu van 2 tot aan het volgende stokje, voert den werkdraad tot 3, festonneert van de rechter naar de linkerzijde tot aan het stokje 4, en gaat op deze wijze voort.
2 notes · View notes
degracieuse · 12 months ago
Photo
Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media
Slip van een dasje Afbeelding No. 27―31. Het dasje is van fijn batist in eene dubbele laag van de stof; van onderen wordt het met een medaillon afgesloten, waarvan het bovenste gedeelte in de stof van het dasje wordt gezet. Heeft men er het band opgehecht, dan vult men van onderen de middelste punt met een gekruisten naad. De bogen aan beide zijden worden met den point-de-guipure gewerkt, (zie afb. No. 40 en 41). De naastbijzijnde figuren aan elke zijde wordt met den point-de-filet gevuld (zie afb. No. 19 en 20 benevens de daarbij behoorende beschrijving). Voor het invullen van den volgenden boog met den point-de-florence voert men eerst volgens afb. No. 30 de lussen met den gewonen festonneersteek uit. Elke twee tegenover elkander liggende festonneersteken omwoelt men 4 maal met den draad, waardoor volgens de afb. een moes gevormd wordt. Om van de eene moes tot aan de lus te komen, van waar men de volgende moes werken zal, omwoelt men de festonneersteken tot aan de bestemde plaats. De uitvoering voor den point-d’anvers in den naastbijzijnden boog van het medaillon toont afb. No. 29 aan. Men spant voor het middelste stokje de beide langs draden, en doorvlecht ze met den point-de-reprise tot aan het eerste paar blaadjes; hiervoor werkt men naar elke zijde toe eene lus, die volgens de afb. aan het band verbonden wordt. De beide lussen van den draad moeten volgens afb. No. 29 zich tusschen het gespannen stokje van de draden kruisen. De figuur tusschen deze bogen wordt, overeenkomstig de onderste punt, met een gekruisten naad, de figuur boven deze naar afb. No. 28 met den point-grec gevuld. Voor laatstgenoemden spant men eerst van de spits af naar het ondereinde toe een draad, voert den werkdraad, om het naastbijzijnde blaadje aan de linkerzijde te maken, door het band en werkt, volgens de afbeelding om alle drie de lagen van de draden stekende, een festonneersteek. Voor het overeenkomende blaadje aan de rechterzijde van het middelste stokje voert men op dezelfde wijze den werkdraad door het band, werkt dan een festonneersteek, waarbij men om de beide lagen van de draden van dit blaadje, als ook om den reeds gereed zijnden knoop steekt. Dan voert men den draad onder de beide knoopen, dus tusschen den dubbelen draad van het stokje door naar boven, en werkt dit paar bladeren op dezelfde wijze. Het middelste gedeelte van het medaillon vult men volgens de afbeelding met een gekruisten naad en met wieltjes. In de rondte om den buitenrand versiert men het medaillon met dubbele festonneersteken (afb. No. 10). Het medaillon wordt met festonneersteken in het dasje gezet (zie afb. No. 31).
1 note · View note
degracieuse · 12 months ago
Photo
Tumblr media Tumblr media
Twee kanten Afbeelding No. 25 en 26. In het midden van de punt van de kant, afb. No. 25, voert men 5 stokjes uit; telkens nadat men een stokje gespannen heeft, omwoelt men het eenige malen met den werkdraad. Van boven aan den rand doorvlecht men de stokjes, zoodat aldaar een half wieltje gevormd wordt. Aan den gepunten rand sluit men de kant eerst met eene rij festonneersteken af, dan met eene rij in elkander gevatte bogen, die men als de bogen, afb. No. 13, werkt. Van boven aan den rechten rand sluit men de kant met eene rij festonneersteken af. De bogen van de kant, afb. No. 26, vult men met kantsteken, daar men afwisselend heengaande eene rij eenvoudige festonneersteken, teruggaande gedurig 3 festonneersteken om elken gefestonneerden boog van de vorige rij werkt (zie de afb.).
1 note · View note
degracieuse · 12 months ago
Photo
Tumblr media Tumblr media
Fond voor een muts, overtrek voor een toiletkussen enz Afbeelding No. 23 en 24. Deze fond voor een muts, waarvan afbeeld. No. 23 een gedeelte in oorspronk. grootte voorstelt, heeft in het geheel 7 groote en 7 kleine punten. Nadat het band opgenaaid is, hecht men er langs de lijn van den cirkel, die voor het middelste gedeelte van den fond is voorgeteekend, een dubbelen draad op, en omwerkt dezen dicht met festonneersteken, waarbij men op regelmatige afstanden 7 kleine picots (zie afb. No. 50) maken moet. Afb. No. 24 stelt de uitvoering van dezen cirkel en de daaraan gewerkte rij bogen duidelijk voor. Nadat de middelste cirkel voltooid is, werkt men in aansluiting daaraan de eerste rij bogen; men spant eerst volgens afb. No. 24, heengaande den eenen, teruggaande naar dezelfde plaats, van waar men uitging, den tweeden draad voor den boog. Deze beide draden hecht men in het midden op het papier, dan omwerkt men beide draden tevens dicht met festonneersteken, waarbij men naar afb. No. 24 vier picots als hiervoor werkt. De overige rijen bogen werkt men op dezelfde wijze met inachtneming van afb. No. 23, doch men moet elken boog van de derde en vierde rij met een kleinen boog en twee kleine gefestonneerde stokjes vullen; bovendien moet men bij het werken van het middelste gedeelte elken boog van de derde en vierde rij aan de spitsen van de binnenste punten van het band verbinden. Daarna voert men tusschen elke twee van deze punten 3 rijen festonneersteken uit, voert den werkdraad om de verbindingsdraden van de derde rij en haalt ze een weinig te zamen. De 7 grootste punten worden insgelijks met festonneersteken gevuld, men werkt gedurig in de rondte eerst 4 rijen festonneersteken, voert dan den werkdraad om de verbindingsdraden van de vierde rij, rijgt deze een weinig te zamen en omwerkt den rijgdraad dicht met festonneersteken; binnen deze dichte ringen werkt men nog 2 rijen festonneersteken als hiervoor. In de nog niet gevulde figuren van het patroon voert men volgens de afbeeld. de wieltjes uit. Langs den buitenrand van den tot dusverre vervaardigden fond werkt men volgens afb. No. 13 gefestonneerde bogen. Eindelijk voert men ook volgens afb. No. 23 de gefestonneerde bogen langs den buitenrand van den fond uit en werkt in het midden van den fond een wieltje.
4 notes · View notes
degracieuse · 12 months ago
Photo
Tumblr media
Rozet met een tullen fond voor mutsjes, dasjes, kleine kleedjes enz Afbeelding No. 22. Ter vervaardiging van deze rozet naait men het band eerst op den tullen fond, zooals in de inleiding is verklaard. Daar de tulle binnen de krullen als ook in het middelpunt van de rozet wordt uitgesneden, moet men het band langs den buitenrand van de rozet, als ook langs den buitenrand van de krullen met kleine dichte steken op de tulle festonneeren. Langs den buitenrand moet men tevens picots werken, waarvan afb. No. 50 de uitvoering voorstelt. Dan vult men de tullen vakken van de rozet met twee verschillende kantsteken, en wel afwisselend een vak met den gekruisten naad en het andere vak met den point-de-reprise. Daarna voert men volgens de afb. binnen de krullen en in het middelpunt van de rozet wieltjes uit. Dan tarnt men de tulle van het papier en knipt langs den buitenrand van de rozet de overstekende tulle, aan de achterzijde van het werk de tulle die achter de wieltjes ligt zorgvuldig weg.
3 notes · View notes
degracieuse · 12 months ago
Photo
Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media
Medaillon met een geknoopten grond Afb. No. 19―21 en 8. Dit medaillon kan zoowel voor dasjes, als voor de einden van barben, mutsebanden enz. gebezigd worden. Het wordt op een fijn geknoopten grond uitgevoer (zie de inleiding). In het midden van het medaillon knipt men den geknoopten grond dicht aan het band af en vult de opening aldaar met een wieltje. Aan den buitenrand versiert men het medaillon met kleine picotbogen, waarvan afb. No. 8 en de daarbij behoorende beschrijving de uitvoering leert. In plaats van den fond te knoopen kan men hem ook in den point-de-filet afb. No. 20 uitvoeren. Men werkt dezen fond in heen en teruggaanden rijen, en wel voor elken knoop een gewonen festonneersteek, dien men volgens afb. No. 20 met een tweeden festonneersteek omvat. Een patroon, dat insgelijks in plaats van den geknopten grond gebruikt kan worden, is de point-d’espagne, afb. No. 21. De verzette stokjes worden in heen en teruggaande rijen gewerkt, men vervaardigt elk stokje volgens afb. No. 21 met een steek.
5 notes · View notes
house-ad · 2 months ago
Photo
Tumblr media
4K notes · View notes
degracieuse · 12 months ago
Photo
Tumblr media Tumblr media
Ruit voor een toiletkussen, fond voor eene muts enz Afb. No. 17 en 18. Deze ruit is op de eenvoudigste wijze van point-lacé-borduursel gewerkt. Nadat het band volgens de teekening is opgenaaid, worden de openingen tusschen de krullen van het band volgens afb. No. 17 met gefestonneerde stokjes gevuld, zoo als afb. No. 18 leert, men moet gedurig een gefestonneerd stokje van de linker naar de rechter, het volgende stokje van de rechter naar de linkerzijde werken; afb. No. 18 stelt het laatste stokje in de uitvoering voor. Bij grootere tusschenruimten moet men van de eene omwinding van het band tot aan de andere niet slechts een, maar meer gefestonneerde stokjes in verschillende richtingen uitvoeren en deze aan elkander verbinden; afb. No. 33 stelt de uitvoering van een zoodanig stokje voor. Is de ruit zoover voltooid, dan werkt men langs den buitenrand gefestonneerde bogen, die volgens afb. No. 13 gewerkt worden. Wil men de ruit voor een kleedje, voor een overtrek van een toiletkussen of iets dergelijks gebruiken, dan voert men haar met gekleurde zijde.
1 note · View note
degracieuse · 12 months ago
Photo
Tumblr media Tumblr media Tumblr media
Twee staande kragen Afbeeld. No. 14―16. De staande kraag, afb. No. 14, bestaat uit boogvormige figuren, die met één eind band vervaardigd worden; een tweede eind band vormt het boordje. Nadat men het band volgens de teekening heeft opgenaaid, voert men binnen in de bogen de wieltjes uit, zooals afb. No. 15 aantoont. Men spant eerst van den eenen buitenrand tot aan den anderen de stokjesdraden, zoo dat zij zich in het midden kruisen, en omwoelt dan van het midden af beginnende, elk stokje volgens afb. No. 15. Tusschen de bogen en het bandje worden kleine gefestonneerde stokjes uitgevoerd (zie afb. No. 17 en 18 en de daarbij behoorende beschrijving). Aan den buitenrand versiert men den kraag met gefestonneerde bogen volgens afbeeld. No. 12. De staande kraag afb. No. 16, is van bladvormige figuren, die men met een eind band aan elkander uitvoert. De binnenste ruimte van de bladeren en de openingen er tusschen, worden met langere en kortere stokjes volgens afb. No. 16 eenige malen omwonden gevuld. Aan den buitenrand sluit men den kraag met 3 rijen gefestonneerde bogen afb, waarvan de laatste rij als afb. No. 13 wordt uitgevoerd.
2 notes · View notes
degracieuse · 12 months ago
Photo
Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media
Verscheidene versieringen voor randen Afb. No. 8―13. Afbeelding No. 8. Voor dezen rand bevestigt men den draad aan den open rand van het band, dat versierd moet worden en bij het werken naar boven gekeerd moet wezen, dan voert men de naald, van boven naar onderen stekende, door den randd, omwoelt haar ongeveer 20 maal met den werkdraad, zooals de afbeelding aantoont en haalt haar dan naar onderen uit, waarbij men de omwindingen met den duim van de linkerhand vast houdt. Daarna maakt men nog een steek op de plaats, waar men den draad voor den eersten steek van den picot door het band heeft gevoerd. ― Afb. No. 9. Men voert de naald gedurig na elke 4 stokjes van den rand door het band, legt den draad als eene lus om de naald en haalt dan den knoop aan; men moet hierbij evenwel in acht nemen, dat de draad telkens tusschen 2 knoopen een kleinen boog moet vormen. Afb. No. 10. Men werkt elkens na ⅔ d. tusschenruimte van den draad en gedurig na 2 tot 4 stokjes van het band een festonneersteek om den rand van het band, dan een tweeden festonneersteek om de zooevengevormde lus. De los liggenden draad van den laatsten steek van de afb. stelt de uitvoering duidelijk voor. Afb. No. 11. Deze versiering wordt even als de versiering van den rand, afb. No. 10, uitgevoerd, doch men moet de knoopen afwisselend na 2 en 4 stokjes van den rand werken, zoodat tusschen deze groote en kleine bogen gevormd worden. Afb. No. 12. Dezen rand voert men even als den rand afb. No. 10 uit, doch men moet om de eerst gewerkte festonneerlussen van de moes niet 1, maar 3 festonneersteken worden, de eerste hiervan moet zoover van den rand van het band af worden uitgevoerd, dat de beide volgende festonneersteken tusschen den eersten festonneersteek en het band gewerkt kunnen worden. Dan moet men nog 1 festonneersteek uitvoeren, daar, waar de eerste festonneerlus van de moes gewerkt is. Afb. No. 13. Men bevestigt eerst den werkdraad door een festonneersteek aan den rand van het band, werkt dan na 2 of 4 stokjes van den rand een tweeden festonneersteek om den rand, zoodanig, dat de draad tusschen de beide steken een boog vormt, dan voert men volgens de afb. nog een festonneersteek uit, waarbij men de naald tevens door den hiervoor gewerkten festonneersteek moet steken, zoodat laatstgenoemde bevestigd wordt.
1 note · View note
degracieuse · 12 months ago
Photo
Tumblr media Tumblr media Tumblr media
Handleiding tot het leeren van het point-lacé borduren Afbeelding No. 1―63. In dit extrablad geven wij eene handleiding tot het leeren van het thans zoo algemeen geliefde point-lacé-borduren, dat reeds in de middeleeuwen zijn hoogsten trap bereikt had. Dit soort van borduren maakt veel effect, is zeer duurzaam en beloont wel de moeite; het veroorzaakt weinig kosten, en vereischt ook niet veel tijd. Bovendien kan men het point-lacé-werk voor veel voorwerpen gebruiken. Nadat wij onze abonnées door verschillende voorbeelden in onze vorige nummers met dit borduren bekend gemaakt hebben, leeren wij haar dit thans uitvoeren, als ook een groot aantal kantsteken die hiervoor vereischt worden en randen. Voor de duidelijkheid hebben wij de afzonderlijke gedeelten vergroot en met grof garen gewerkt op de afbeeldingen voorgesteld. Het point-lacé-borduren wordt met het zoogenaamde point-lacé-band en goed garen uitgevoerd. Het point-lacé-band is smal band van een linnenachtig weefsel; voor het werk door de afbeeldingen voorgesteld is point-lacéband gebruikt, dat een dichten fond en een open rand heeft (zie afb. No. 2). Benevens dit geven wij nog point-lacé-band in verschillende andere patronen, zooals afb. No. 3―7 aantoonen. In plaats van het band gebruikt men bij eenige patronen van het point-lacé werk ook guipure koord, om een kantachtig effect te verkrijgen. Op deze wijze is het alphabet, afb. No. 63, in dit extra blad uitgevoerd. Benevens de hier aangewezen grondstoffen gebruikt men voor het point-lacé-borduren geolied linnen, karton en lange naainaalden tusschenbeide van dikte, die geen scherpe punten moeten hebben. Het geolied linnen, dat doorschijnend en tamelijk stijf is, dient voor het overteekenen van het patroon. Men legt het linnen op het genoemde patroon en teekent met een pen met inkt de omtrekken van het patroon op het linnen. Dit hecht men dan op blauw papier (zie afb. No. 1). In plaats van geolied linnen kan men ook goed glad schrijfpapier nemen; tegen de achterzijde van dit papier plakt men gekleurd geglansd katoen, om gedurende het werken het scheuren te voorkomen. Ook kan men het patroon op gekleurd leder overbrengenl hier behoeft dan niets achter te liggen. Op den aldus bereiden fond hecht men het point-lacé-band of het koord met kleine voorsteekjes van fijn garen (zie afb. No. 1). Al naarmate van het patroon wordt dit met één eind band, met twee, drie of meer einden band uitgevoerd. Voor den loop van het band worden gedurig twee omtrekken voorgeteekend; men moet het band langs den wijdsten omtrek ophechten en er voor zorgen dat het langs dezen omtrek glad ligt (zie afb. No. 1). Aan de hoeken en bochten van het patroon wordt in het band een plooi of een vouw gelegd. Daar waar het band zich kruist, een plooi of een vouw vormt, worden de lagen van het band met zoom- of kleine voorsteekjes aan elkander genaaid, waarbij men niet door het papier moet steken. De einden van het band worden naar de achterzijde omgelegd en bevestigt. Bij zoodanige figuren van het patroon, die bogen en cirkels vormen, wordt het band langs de omtrekken, waar het ruim ligt, door kleine overhandsche steken, die om de buitenste draden van het band worden uitgevoerd, overeenkomstig de wijdte van de omtrekken ingehaald. (Zie afb. No. 1). Men werkt gedurig slechts een klein gedeelte van het patroon geheel af. Bij het beginnen en het afhechten van den draad voor het uitvoeren van den kantsteek moet men dezen bij het begin en het einde eenige malen door het band halen. Om van het eene fig. tot het andere te komen, moet men om den buitensten draad steken. Afb. No. 1 stelt een gedeelte van den staanden kraag, afb. No. 14, in de uitvoering voor. Bij de uitvoering van den kantsteek moet men zorgen, dat het werk niet ingetrokken wordt. In plaats van de figuren van het patroon met kantsteken te vullen, kan men er tulle of fijn knoopwerk in maken (zie afb. No. 19 en 22). De gekozen fond wordt voor het ophechten van het band op de bestemde plaats op het patroon genaaid, dan hecht men er het band op, zooals hierboven reeds beschreven is en naait het langs den buitenrand met kleine zoomsteekjes op de tulle of op het knoopwerk, waarbij men het band daar, waar het ruim is, tevens in moet halen. De tulle als ook de geknoopte grond kunnen naar goedvinden naar een eenvoudig patroon doorgeregen of doorgestopt worden. Het gereed zijnde borduurwerk wordt een weinig gevocht en tusschen linnen doeken gestreken.
2 notes · View notes
degracieuse · 12 months ago
Text
Beschrijving van de parijsche modeplaat
Baltoilet. Robe van groen satijn gegarneerd met strikken van kant, en gouden kwasten. Tuniek van witte tulle met een volant van blonde. De corsage vierkant uitgesneden, heeft geen mouwen maar een schoot, van voren rond geknipt en gegarneerd met een volant. Op de schouders strikken van kant. Het haar is gekapt met gegolfde “bandeaux russes” en lange krullen afhangende op de schouders. Strikken van groen fluweel en een groote witte weder. Gekleed toilet voor een jonge dames van veertien a vijftien jaar. Robe van roze taf gegarneerd met ingerimpelde volants en gouden franje. Halfsluitende tuniek, van voren vierkant uitgesneden, versierd met een ruche marquise. Roze satijnen schoenen. Het haar is recht naar boven gekamd en van achteren gekruld. Wandeltoilet in de stad van carmeline (zoogenaamd dameslaken) gegarneerd met biais van lichtbruin fluweel en geplooid volants. Corsage of casaque met een pelerine van achteren rond, van voren met revers. Rondom de pelerine is een geplooid strookje gezet. Hoed van bruin fluweel, van voren gegarneerd met een geplooide strook en een lange veder, naar achteren afhangende. Het haar is gekapt met dikke vlechten.
1 note · View note
degracieuse · a year ago
Photo
Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media
Verschillende robes No. 51. Robe met een keursje van blauwe taf. Knippatr. en beschrijving voorz. v. h. Suppl. No. III, fig. 11―13. No. 52. Robe van paars poult-de-soie. Beschrijving voorz. v. h. Supplement. No. 53. Robe van grijs zijden popeline. Beschrijv. voorz. van het Supplement. No. 54. Robe van blauw popeline. Beschrijv. voorz van het Supplement. No. 55. Robe van groen grosgrain. Knippatr. en beschrijv. voorz. v. h. Supplement No. IV, fig. 14―17. No. 56. Robe van paars serge. Beschrijv. voorz. van het Supplement. No. 57. Rok en bretellen van blauw popeline. Knippatr. en beschrijv. voorz. v. h. Supplem. No. V, fig. 18. No. 58. Robe van grijs serge. Knippatr. en becshr. voorz. v. h. Suppl. No. VI, fig. 19 en 20. No. 59. Robe van donkergroen wollen satijn. Knippatr. en beschrijv. voorz. v. h. Supplem. No. VII, fig. 21 en 22. No. 60. Robe van roodbruin wollen satijn. Knippatr en beschrijv. voorz v. h. Supplem. No. VIII, fig. 23. No. 61. Robe van donkerblauwserge. Knippatr. en beschrijv. voorz. v. h. Supplem. No. IX, fig. 24 en 25.
17 notes · View notes
degracieuse · a year ago
Photo
Tumblr media Tumblr media Tumblr media Tumblr media
Loopgordel van doorgestikt cachemir Afbeelding No. 49. Knippatr. keerz. v. h. Supplem. No. XVII, fig. 38 en 39. De loopgordel van gewatterd cachemir, in ruiten doorgeregen, heeft den vorm van bretellen, door een borst- en rugstuk verbonden. Bij het vervaardigen van dit model knipt men van cachemir in een dubbele laag stof naar fig. 38 de bretellen elk langs het midden aaneen, naar fig. 39 het voorstuk eveneens langs het midden aaneen, bovendien naar fig. 39 twee gedeelten voor den rug, de laatsten evenwel 1 d. breeder als het knippatroon aangeeft, daar ze met knoopen en knoopsgaten worden voorzien en 1 d. breed onder en over elkaar moeten vallen. Men hecht de gedeelten die bijeen behooren aan elkaar, rijgt ze op de watten en strikt de bretellen in ruiten, het voorstuk en de gedeelten van den rug daarentegen in rechte lijnen door. Langs den buitenrand naait men de stof tegen elkaar, waarbij men de watten een weinig moet uitpluizen. Dan verbindt men de bretellen naar de overeenstemmende cijfers met het voorstuk en den rug; de gedeelten van den rug worden met knoopen en knoopsgaten voorzien. Aan den onderrand naait men tegen de bretellen een boord van gewatteerd en doorgestikt cachemir, dat eveneens met een knoop en een knoopsgat wordt dichtgemaakt. Op den schouder hecht men op de bretellen, daar waar ze open zijn een lus van doorgestikt cachemir; door deze lus steekt men taffen of linnen banden om het kindje te leiden. Costuum van een boerin uit Normandië Maskerade costuum. Afbeelding No. 50. Knippatroon keerz. van het Supplement No. XVI, fig. 35―37. Dit fraaie maskerade costuum bestaat eerst uit een rok van rood cachemir, aan den onderrand afgesloten met zwart fluweelen lint. Schort van wit batist, keursje van zwart fluweel, gegarneerd met rood fluweelen lint, borststuk van zilverlaken met goud geborduurd, omslagen op de mouw van rood en zwart gestreept satijn, strikken van rood satijnen lint met gouden gespen. Hooge chemisette en mutsje van batist, het laatste is geborduurd met den point-russe. Voor het keursje kan men het knippatroon nemen fig. 35 tot 37, het borststuk wordt er naar aanwijzing op fig. 35 opgenaaid. Men kan het ook van witte taf of mohair vervaardigen en het met borduursel met den platten steek of den point-russe versieren, of ook er gebloemde taf, damast enz. voor nemen. De mouwen worden 1 d. ver over de gepunte lijn op fig. 37 heen, met gestreept satijn bekleed, en langs deze lijn naar buiten omgeslagen. Voor de muts knipt men naar fig. 78 behoorende bij afb. No. 89 een gedeelte langs het midden aaneen, de stof schuin toegevouwen, zet er in de rondte kant om, borduurt het mutsje met den point-russe van roode koordwol of gouddraad en garneert het met een strook batist 100 d. lang, 7 d. breed in een dubbele laag stof; de einden worden in het midden van het mutsje naar de afbeelding aan elkaar geknoopt.
6 notes · View notes
house-ad · 2 months ago
Photo
Tumblr media
3K notes · View notes