Visit Blog

Explore Tumblr blogs with no restrictions, modern design and the best experience.

Fun Fact

If you dial 1-866-584-6757, you can leave an audio post for your followers.

Trending Blogs
#tekst

Er rammelt iets in de koffer. Dat doet het al een hele tijd. Binnensmonds vervloekt hij zijn vergeetachtigheid, waardoor hij nu al voor de zoveelste keer achter het stuur is gekropen zonder te weten wat het rammelende geluid veroorzaakt. Hij slaat af. Het gerammel verstomt even, totdat de wagen weer optrekt, rechtdoor, zonder onderbreking. Tijd voor muziek, beslist hij. Met de wijsvinger van zijn rechterhand zet hij de radio aan. De volumeknop voelt vertrouwd tussen duim, wijs- en middenvinger. Vier tikjes naar rechts, tot het cijfer 20 op het scherm verschijnt. Altijd naar een even getal. Vervolgens wrijft hij met zijn middenvinger even over het schermpje, waarna hij een vluchtige blik werpt op het stofhoopje dat zich op zijn vingertop heeft verzameld. Even blazen en het is weg, klaar om weer naar een ander oppervlak te reizen. De toekomst is onzeker en het einde is altijd nabij. Waar komt dat nu weer vandaan? Het gerammel is er nog steeds. De muziek is gelukkig dominanter. Jim Morrison zet zijn keelgat nog eens open. Een zuinige glimlach tekent zich af.

Het stilvallen van de motor is een zalig moment. Het ronken stopt. Het rammelen stopt. Het rondrijden stopt. Hij is aangekomen. Het portier slaat hij hard achter zich dicht. Daarin kanaliseert hij wat opgehoopte frustratie, voornamelijk veroorzaakt door het gerammel. Dat controleert hij straks wel, voordat hij de terugtocht aanvat. Het schemert om hem heen. Even verderop ziet hij enkele bungalows, maar daarvoor is hij niet gekomen. Hij wandelt. De neonverlichting boven de ingang knippert. Is dat normaal bij het vallen van de avond? Of is de lamp stuk? Hij ademt een paar keer diep in en uit. Is dit nervositeit? Voorpret? Kunnen angst en nieuwsgierigheid tot één gevoel gecombineerd worden? Hand op de deurklink. Voelen hoe bastonen van de andere kant zich een weg naar buiten zoekt, dwars doorheen dit metalen voorwerp. De deur gaat open, de vrouw aan de tapkraan lacht, de muziek blaast. Dit is geen Morrison: dit is Mötley Crüe! Kickstart My Heart!

Er zitten hoeren aan de bar. Er zitten dikke mannen aan de bar.  Er zitten geesten uit een vervlogen tijdperk aan de bar. In een kooi, die met een dikke ketting aan het plafond is bevestigd, zit een naakte dwerg gevangen. Hij schreeuwt en schudt hysterisch aan de tralies, maar zijn trammelant wordt ruimschoots overstemd door gezang en gitaargeloei; deze keer van Alice Cooper. Af en toe wordt een glas bier opgestoken. Daarvoor gebruikt de barvrouw een bezemsteel met een metalen ring, waarin het bierglas perfect past. De dwerg grijpt het glas dan gretig uit de ring, waarna hij het gulzig naar binnen giet. Aan het begin van de avond krijgt hij nog applaus wanneer hij het glas brullend op de grond in scherven gooit. Vaak komt het applaus van nieuwe bezoekers, waarvan er heel wat speciaal voor hem zijn gekomen. Naarmate de avond vordert is het verbrijzelen van het zoveelste bierglas niet meer dan een storend geluid voor de stamgasten. Ook het geschreeuw en het gerammel van de dwerg neemt af met het verstrijken van de nachtelijke uren. Met welk loonbriefje waggelt de kleine man morgenochtend naar zijn kamer? En zal het bedrag dat daarop staat, naast de opzichtige en opzettelijke vernedering, ook het consequent genegeerd worden door het merendeel van de klandizie voldoende compenseren?

Tussen een hoer en een dikke man is er nog een kruk vrij. Hij neemt plaats, met zijn rug naar de bar. Het interieur is te boeiend: hij wil het nog even in zich opnemen vooraleer hij aan zijn drankgedrag, aan zijn drinkgelag, aan zijn zelfbeklag begint. De inrichting volgt hier een gulden regel: hoe opzichtiger, hoe beter. Een zandloper op iedere tafel. Leeg, uiteraard. Een zwaard aan een draad boven enkele lukraak uitgekozen stoelen. Punt naar beneden, dat spreekt vanzelf. Dobbelstenen in een beker om te beslissen welk gif je deze avond in je lijf mag gieten. Ietsje zwaarder aan de zijde van de zes, dat weet iedereen. Dan moet je immers nog eens gooien.

“Er zit een vlek op je hemd.”
Iemand tikt op zijn schouder. Wat heeft dit te betekenen? De vlek op zijn hemd moet zich op zijn rug bevinden. De stem komt immers van achter de bar, waar hij zijn rug naartoe heeft gekeerd. De tikkende vinger moet ook uit die richting komen.
“Een vlek? Is het bloed?” vraagt hij.
“Nee, het is … het lijkt op inkt”, luidt het antwoord.
“Dat kan. Ik ben er net. Als je nog even wacht, dan is die inkt in het witte vlak getrokken. Dan kan alles weer beginnen.”
Hij draait zich om op zijn kruk. De barvrouw houdt hem een beker met dobbelstenen voor.
“Al weet ik niet of jij nog gif nodig hebt”, lacht ze.
Hij brengt de beker tot bij zijn oor. Hij schudt. Er rammelt iets. Dat mag hij straks niet vergeten. Hij gooit. Zes en een. Whisky en bier. En nog een keer gooien.

Drinken en drinken. En daarna nog een keer drinken. De nevel  sluipt met bekende tred op hem af, maar weet zich toch telkens weer in een verraderlijke nieuwe bocht naar binnen te werken. Een zacht stukje stof wordt haast onmerkbaar over de tong gedrapeerd. Wat subtiele verzwaringen verschijnen ongemerkt ter hoogte van de oogleden. De marionettendraden aan de ledematen verslappen beetje bij beetje. Een dronkaard sterft geen verdrinkingsdood. Hij is als de kikker die pas merkt dat hij in kokend water zit wanneer het te laat is. Ergens breekt een zandloper. Iemand valt omver, dwars door een van de krakkemikkige tafels. Om 4.16u valt een van de zwaarden naar beneden. Telkens hetzelfde zwaard. Telkens dezelfde, lege stoel doorboord.
“Mag ik nog eens gooien?” vraagt hij aan de barvrouw.
“Zeker. Maar je kent de regel”, antwoordt deze.
Hij weet niet meer hoeveel keer hij de beker deze avond naar zijn oor heeft gebracht. Het gerammel klinkt nu zo bekend dat hij het maar moeilijk uit zijn hoofd kan krijgen. Hij schudt en gooit. Zes en … de andere dobbelsteen valt op de plankenvloer. Wat in zijn hoofd een snoekduik moest zijn, valt in feite met niets anders te vergelijken dan met een lappenpop die in elkaar zakt. Met beide handen graait hij naar de dobbelsteen, terwijl alles om hem heen tolt. De dwerg slingert in een vervaarlijke hoek door de ruimte. De zwaarden zijn als wijzers van een op hol geslagen klok.
“Genoeg!” klinkt het van achter de bar.
Zijn laatste glas whisky wordt op een grote bel aan diggelen geslagen. Het gerinkel van de scherven vermengt zich met de heldere klank van de bel. Dat geluid wordt dan weer overstemd door het gejoel van de stamgasten die het langer dan hem zullen uitzingen. Een arm van een hoer onder zijn linkeroksel. Een arm van een dikke man onder zijn rechteroksel. Ze slepen hem naar de uitgang en gooien hem in het zand.

Hij wordt wakker met stof in zijn mond, zware oogleden en slappe ledematen. Het is ochtend en de zon brandt al. Nadat hij rechtgekrabbeld is, slaat hij het stof van zijn hemd. In een mum van tijd is het weer kraakwit. Voor de zekerheid trekt hij het uit om de achterzijde te inspecteren. Inderdaad: geen vlekje of druppeltje te bespeuren. Terwijl hij zijn hemd weer aantrekt, keert hij zich om naar de deur waaruit hij enkele uren eerder naar buiten is gerold. Gesloten, dat is normaal. Het neonlicht knippert ook niet meer, nu het helemaal is uitgeschakeld. Naast de deur staat een automaat met gekoeld bier. Een munt of twee in het gleufje, een druk op een knop en klaar. Zijn dorst lessend met meer dorst wandelt hij naar zijn wagen.

Achter het stuur gezeten draait hij de sleutel om. De motor start. De muziek ook. Morrison zingt verder waar hem eerder het zwijgen werd opgelegd. Met de voet op het gaspedaal trekt het plots als een schok door hem heen: het gerammel. Deze keer zou hij het controleren vooraleer hij de baan op zou gaan. Hij laat de motor draaien en stapt uit. De koffer gaat open. Hij kijkt. Dan voelt hij aan het borstzakje van zijn hemd. Natuurlijk … Hij diept de dobbelsteen van afgelopen nacht op, weegt hem even in zijn hand en gooit hem dan bij de rest. Let it roll, baby, roll.

1 notes · See All

živi mi se s tobom

onako ludo,

gdje je svaki trenutak

posebna uspomena

koju ne želim zaboraviti,

a i nekako

svađa mi se s tobom

cijeli život

gdje ti ne priznajem krivnju

makar imaš pravo,

sve one nedjelje

koje inače mrzim

bile bi bolje da ih provedem

u tvom zagrljaju,

neka mi svaki noćni izlazak

završi sa poslanom porukom

dobro sam

tebi

zato budi tu

jer trebam te

više nego što možeš zamisliti

- ljubav u tvojim očima svakog dana postake sve veća // klara

19 notes · See All

Ik heb mezelf al vele malen gedood; mijn huid afgeworpen als een veel te lang gedragen jas - ze paste niet meer. En nu is de grond onder mijn voeten stabieler geworden (en de lucht een beetje blauwer). Maar ik verbrand nog steeds mijn vingers aan mezelf. En telefoongesprekken zijn nog altijd even ongemakkelijk; ik droom van een wereld waar ik “Hallo” kan zeggen, zonder dat het voelt alsof ik iets verkeerds gezegd heb. Een wereld waar ik mezelf kan zijn en vrij van mezelf kan zijn. Maar misschien moet ik stoppen met die dromen, want misschien houd ik mijn hoofd niet eens lang genoeg boven water. Hoe moet ge dat dan ook doen als ge er zelf steeds water bijgiet? En hoe stopt ge daar dan mee? Want het is niet zo simpel als (h)erkennen dat ge iets verkeerd doet. Er is meer nodig dan inzien dat ge verslaafd zijt om te kunnen stoppen. Anders was er zo goed als niemand nog verslaafd. Dan zouden we allemaal doen wat goed is voor onszelf. Of misschien is dat toch genoeg en is dit wel hoe het moet; vel per vel afgooien op zoek naar de juiste maat.

13 notes · See All
Next Page