maximvandaele

maximvandaele

Gefil(osof)eerd

Hallo mijn naam is Maxim Vandaele en op deze blog schrijf ik over de dingen die mij interesseren (dat zijn wel heel wat dingen!) Soms kunnen mijn artikels redelijk lang zijn en daarom raad ik aan mijn blog nooit te betreden zonder een lekkere kop thee in de hand of misschien zelfs een dekentje als je echt zin hebt...

Explore Tagged Posts
Last Seen Blogs
Statistics

We looked inside some of the posts by maximvandaele and here's what we found interesting.

Inside last 20 posts
Time between posts
10 days
Number of posts by type
Photo
2
Video
0
Audio
2
Text
11
Chat
0
Answer
0
Link
4
Quote
1
Fun Fact

In an interview with inc.com, David Karp (Tumblr's founder) admitted, "Being on computers all the time makes me feel gross."

maximvandaele·8 days agoAudio

Gisteren was ik op stap met  m’n beste vriend in Brugge, en we kwamen twee mensen tegen die geloofden dat het nieuwe coronavirus NIET bestond, dat het allemaal maar een complot is - ze geloofden daarnaast ook dat elektriciteit kanker en diabetes veroorzaken.

Veel zin heeft het niet om me erover kwaad te maken (hoewel zulke mensen een gevaar zijn voor de volksgezondheid), dus zong ik er een liedje voor. Daaag

0 notes · See All
maximvandaele·8 days agoText
image

Fragment uit een taak voor het vak Wijsgerige Ethiek: Methodiek

Genevieve Lloyds kritiek op denkers zoals Carol Gilligan maakt deel uit van het bredere debat over genderessentialisme. In dit debat stelt men zich de vraag of er zoiets is als een “mannelijke essentie” of “vrouwelijke essentie”. Gilligan (en andere aanhangers van het cultural feminism [1]) stellen dat er niet alleen zo’n vrouwelijke essentie bestaat, maar dat deze essentie goed is en zelfs beter dan de mannelijke essentie, vrouwen zouden immers zorgzamer, empathischer en minder gewelddadig zijn dan mannen. Vrouwen zouden hun vrouwelijke essentie dus moeten cultiveren.

Volgens Lloyd is het probleem met zulke opvattingen dat de vrouwelijke positieve essentie hier slechts waarde krijgt op basis van haar verschil met de mannelijke essentie. Neem bijvoorbeeld de zogezegd typisch vrouwelijke zorgzaamheid: deze is hier dan niet intrinsiek waardevol, maar is slechts waardevol omdat ze verschilt van de zogezegd minder zorgzame mannelijke essentie.

Net zoals Lloyd vind ik dat de meeste opvattingen over de vrouwelijke “essentie” en het typisch vrouwelijke problematisch zijn. Ik ben het echter niet eens met de reden waarom dit zo is. Lloyd lijkt het vooral problematisch te vinden dat vrouwelijkheid door bepaalde feministen slechts waardevol gevonden wordt op grond van haar verschil met mannelijkheid. Dat is volgens mij niet het probleem. Het probleem is volgens mij het genderessentialisme op zich: de aanname dat er zoiets is als een “vrouwelijke” of “mannelijke” essentie, lijkt mij inherent problematisch, en lijkt bovendien ook een eigenschap van elke seksistische filosofie die Lloyd in haar tekst bespreekt.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat mannen en vrouwen hetzelfde zijn. Uiteraard zijn er de fameuze gemiddelde verschillen tussen man en vrouw, die door psychologen allerhande onderzocht worden. Maar uit het feit dat er gemiddelde verschillen zijn, volgt niet dat er zoiets is als de mannelijke of de vrouwelijke essentie. Bovenal is het volgens mij belangrijk om elk individu in zijn geheel te zien, en hem of haar in de eerste plaats als mens te zien en dan pas als man of als vrouw. We zijn uiteindelijk allemaal unieke combinaties van “mannelijke” en “vrouwelijke” kenmerken in wisselende verhoudingen…


[1] Het cultural feminism (of cultureel feminisme) is een feministische stroming die stelt dat mannen en vrouwen in essentie verschillen van elkaar en dat vrouwelijke kenmerken moreel superieur zijn en dus vrouwen hun vrouwelijke kenmerken moeten cultiveren. Bron: “Cultural Feminism”, in Wikipedia, 24 maart 2020, https://en.wikipedia.org/w/index.php?title=Cultural_feminism&oldid=947056337.

0 notes · See All
maximvandaele·21 days agoText
image

Wat is kunst, en wat is goede kunst? Dit zijn vragen waar ik me al langer mee bezig houd. Zeker na een museumbezoek komen ze weer in me op. Hoe kan ik bepalen of de kunst die ik net zag goed, matig of gewoon slecht was? Revealing Art is een onthullend boek dat een boeiend en zeer bruikbaar antwoord geeft op mijn vragen.

Het boekje werd me aanbevolen door professor esthetica en hedendaagse filosofie Bart Vandenabeele (UGent). Ik vroeg hem of hij me een inleidend werk over esthetica kon aanbevelen, en hij zei: Revealing Art van Matthew Kieran.

Hoewel het boek zelf zeer esthetisch is - sierlijk Helvetica Neue voor de tussentitels, gedetailleerde afbeeldingen van schilderijen - leest het soms wat moeilijk. De stijl is typisch “Brits”: eerder afstandelijk en academisch. Met name bepaalde passages over Immanuel Kant waren moeilijk verteerbaar. De vele, rijke en gevarieerde voorbeelden uit de kunstgeschiedenis, die Kieran aanhaalt om zijn punt te maken, zijn echter voldoende reden waarom ik blij ben dat ik het boek in paperback heb (ik heb wel eens zin om een pagina op te zetten op m’n blog, met daarin alle kunst uit z’n boekje, en daaronder kort wat context).

De interessantste ideeën uit Revealing Art

Revealing Art heeft een nogal losse structuur, waarbij Kieran zijn standpunten niet altijd even duidelijk formuleert. Hieronder heb ik een handige, overzichtelijke lijst gemaakt van de interessantste gedachten uit Kierans boek. Op basis hiervan formuleer ik nadien vijf vragen die je jezelf kunt stellen om op handige en vlugge manier te bepalen of iets goede kunst is, of slechte kunst, kitsch of bedrog.

Op uitzondering van het moralisme is dit eigenlijk een definitie die vrij dicht komt bij wat ik uit de film Werk Ohne Autor haalde, maar de definitie van Kieran is veel genuanceerder, ontdaan van de excessen van de Romantiek.

  • Goede kunst leert ons iets nieuw, of toont ons iets dat we al wisten op een nieuwe, intensere of creatieve manier. Meestal is dat laatste het geval bij goede kunst. Iedereen weet natuurlijk al dat oorlog gruwelijk is, maar de Los desastras de la guerra-schilderijen van Goya, of de film Schindler’s List, tonen ons dit op een intense en creatieve manier. De inhoud van een kunstwerk is minder belangrijk dan de vraag of dit kunstwerk het op een creatieve manier weergeeft.
  • Goede kunst heeft niet altijd een boodschap, maar kan soms pure zelfexpressie van de kunstenaar zijn.
  • Goede kunst slaagt erin over te brengen wat de kunstenaar wou overbrengen. Wat was het doel van een kunstwerk, wat wou de kunstenaar ons doen voelen? Als de kunstenaar in zijn opzet geslaagd is, kunnen we vlugger van goede kunst spreken. Bij conceptuele kunst duikt hier het probleem op dat de intenties van de kunstenaar vaak compleet onduidelijk zijn.
  • Goede kunst is niet oppervlakkig of triviaal, maar toont inzicht (in de mens, de samenleving, de natuur, …). Daarom dat veel critici niet moeten hebben van Renoir: zijn schilderijen worden als sentimenteel, naïef beschouwd, hoewel ze esthetisch gezien (kleur, techniek, anatomie) prima werken zijn.
  • Goede kunst is goed, ongeacht de morele boodschap van het kunstwerk. Dat wil niet zeggen dat Kieran denkt dat moraal geen enkele invloed heeft op hoe we kunst beoordelen. Hij wil juist een tussenpositie nemen tussenin twee extremen estheticisme (moraal is compleet irrelevant voor onze beoordeling van kunst) en moralisme (wat moreel goed is, is automatisch goede kunst, en wat moreel slecht is, is automatisch slechte kunst: “Alles was wahr ist, ist schön”, zoals het in Werk Ohne Autor gezegd werd.)
    • Kieran maakt zijn punt door op te merken dat sommige kunst slecht wordt gevonden ondanks de bewonderenswaardige boodschap (bv. Norman Rockwells Four Freedoms) en andere kunst geprezen wordt, ondanks haar moreel slechte boodschap (bv. de pessimistische, boosaardige kijk op de mens die door Francis Bacons schilderijen wordt overgebracht).
    • Ook seksueel expliciete werken kunnen kunst zijn (denk maar aan Gustav Klimt en Egon Schiele), mits de werken voldoen aan de andere voorwaarden die in dit artikel en Kierans boek besproken worden.
  • Goede kunst overstijgt de modegrillen en smaakvoorkeuren van bepaalde specifieke individuen, markten, culturen of perioden. “Dat we de werken van Michelangelo, Caravaggio, Goya, Rembrandt of Vermeer honderden jaren later nog altijd waarderen, geeft blijk van hun kracht en grootsheid.”, zo formuleert Kieran het zelf in verwijzing naar David Hume.
    • Dat betekent natuurlijk niet dat er geen goede kunst is die toch vergeten geraakt is, merkt Kieran op.
    • Smaken kunnen wel degelijk verschillen, en het is niet zo dat iedereen voorgenoemde schilders geweldig moet vinden. Maar blijkbaar spreken ze wel tot ons, zelfs als we niet meer zo intens of emotioneel bezig zijn met de veelal religieuze of mythologische inhoud ervan. We geloven niet allemaal meer in God, en toch kunnen we van christelijke renaissancekunst genieten.
    • Dit staat in contrast met kunst die vooral gewaardeerd wordt omdat ze tot onze modegebonden voorkeuren spreken. Kieran geeft hiervan als voorbeeld de modefotografie van Mario Testino, die het vooral goed doet omdat ze ons herkenbare topmodellen toont, maar die voor een kijker over 200 jaar wellicht oninteressant is, omdat Testino’s fotografie ons de celebrities niet op een vernieuwende of creatieve manier toont. Dit staat in contrast met bv. de 18de-eeuwse portretschilder Joshua Reynolds. We herkennen de mensen in zijn schilderijen al eeuwen niet meer, toch is het goede kunst, omdat in Reynolds’ werk “de handgebaren, poses en uitdrukkingen ons veel vertellen over de familierelaties, de autoriteit van de ouders, de ondeugendheid van de kinderen en de banden die ze samenhouden”.
    • Een gevolg hiervan is dat het zeer moeilijk is de artistieke waarde in te schatten van recente kunst. Dit maakte de beoordeling van conceptuele kunst en avant-garde heel uitdagend!

Vijf vragen die je kunnen helpen achterhalen of iets goede kunst is

Op basis van deze inzichten formuleer ik vijf vragen die je jezelf kan stellen bij het zien, lezen of horen van een schilderij, een film, een theaterstuk, een lied, een gedicht, een film, … (want kunst is natuurlijk meer dan gewoon beeldende kunst!)

Hoe meer van deze vragen je met “ja” of iets positiefs kan beantwoorden, hoe beter het kunstwerk.

  1. Toont dit werk mij iets nieuws, toont dit werk mij iets dat ik al wist op een nieuwe, creatieve, intensere manier?
  2. Brengt dit werk een boodschap over, of drukt de kunstenaar zichzelf er mee uit?
  3. Is de kunstenaar geslaagd in zijn opzet?
  4. Is deze kunst oppervlakkig en naïef, of net inzichtelijk en wijs?
  5. Zouden mensen dit over 500 jaar nog altijd goede kunst vinden?

Print dit lijstje uit, neem het mee naar een museum (of cinema of concert), sta voor een schilderij, en probeer de vragen voor jezelf te beantwoorden bij een werk. Zo zal je volgende museumbezoek wellicht veel intenser en bevredigender zijn!

1 notes · See All
maximvandaele·3 months agoText
image

Waarom passen twee filmcritici niet in één bioscoopzaal?

Er is te weinig plaats voor hun ego’s.


Dit blogbericht is een waarschuwing. Wanneer ik een film ga kijken, dan zoek ik bijna altijd wel eens de titel op, om een idee te krijgen van de gemiddelde beoordeling van de film. Op enkele uitzonderingen na geeft de gemiddelde - publieksscore - van sites als IMdB of Rotten Tomatoes - wel een goed beeld van de kwaliteit van een film. Als een film een gemiddelde score van minder dan 6/10 krijgt, moet je echt al op je hoede zijn.

Waar je echter zeer, zeer voorzichtig mee moet zijn, dat zijn recensies van individuele journalisten, vooral en misschien altijd als het om zelfverklaarde ‘filmcritci’ gaat! De filmcriticus (homo sapiens zagemensis) is een zeldzaam doch uiterst gevaarlijk ondersoort van de mens (homo sapiens). Deze soort leeft niet alleen van eten, drinken, dure kledij en de levensvreugde van kleuters, maar moet ook op pretentieuze wijze prima films de grond in kunnen boren om te kunnen overleven.

Zo ook is dit het geval bij Dave Mestdach (Knack Focus), de zelfverklaarde “leading” filmcriticaster van België, “and expanding”, voegt hij nog toe in zijn Twitter-bio, waarbij we al kunnen raden wat er precies aan het “expanden” is. Deze man geniet er blijkbaar van om je te vertellen waarom je favoriete film eigenlijk een sentimenteel, braaf en gepolijst misbaksel is. Jawel, voor minder dan een fundamenteel en uiterst subversief vormexperiment geeft meneer Mestdach nog geen 2/5. Ook te vermijden: films met een verhaallijn, met mooie beelden, met een morele boodschap. Dat is allemaal kitsch voor het gepeupel, o dat klootjesvolk.

JoJo Rabbit: go see for yourself!

Met dit in het achterhoofd was de prima komediefilm JoJo Rabbit een mikpunt voor Mestdachs elitair hoongelach. In deze satire leeft een jongetje in Nazi-Duitsland met Adolf Hitler als fantasievriend. Gaandeweg komt hij zo in allerlei absurde situaties en ontdekt hij op eigenzinnige manier de onzin in de nazi-ideologie. Dit alles wordt ondersteund door een dramatische subplot die de humor nooit misplaatst maakt.

De nazi-grollen in de film zorgen er dan weer voor dat het dramatische element - het is een komedie, maar de gruwel van de oorlog wordt niet gecensureerd! - verteerbaar blijft. Het resultaat is een historisch sprookje waarin een lach en een traan elkaar zeer goed afwisselen en aanvullen - uiteraard is dit geen makkelijke opgave voor een film. Dat JoJo Rabbit hier toch in slaagt, bewijst voor mij dat dit een goede film is die je zeker eens een kans moet geven.

Wie natuurlijk naar elke film - inclusief deze - gaat met de verwachting dat hij de geniaalste vormexperimenten zal zien, de zotste verteltechnieken, en op het einde van de rit een radicaal nieuw inzicht in de mens of de wereld verwacht, zal altijd als een zeurpiet naar huis gaan. Dit verklaart wellicht het gedrag van de homo zagemensis. Wel, deze zaken kunnen natuurlijk in een film voorkomen, maar wie ze in elke film verwacht, lijkt me, nuja, een beetje naïef. Van een film als JoJo Rabbit verwachten dat hij je wereldbeeld op zijn kop zet lijkt me een garantie voor teleurstelling.

Hoe kan het ook anders, dat deze man, die JoJo Rabbit wegzette als “té mooi, té lief en vooral té ongrappig om echt te beroeren of te provoceren“, ook het absolute meesterwerk Werk Ohne Autor omschreef als “een veredelde soap op over spoken uit het naziverleden“ en “een film die poseert als ambitieuze heimatliteratuur maar toch vooral een vlotlezende stationsroman blijkt.” Ook bij Ken Loachs nieuwste film Sorry We Missed You kon Belgiës Grootste Criticus “zich niet van de indruk ontdoen dat de personages in eerste instantie dienen om een sociaalpolitieke these door de strot te rammen.”

Dave Mestdach, we hopen dat jij, net als je medecriticasters, de filmzaal ooit nog kunnen verlaten met een glimlach op het gezicht.

0 notes · See All
maximvandaele·5 months agoLink
0 notes · See All
maximvandaele·5 months agoText
image

Het semester zit erop, laten we eens terugblikken op vijf hoogtepunten uit Johan Braeckmans colleges voor ‘Historisch overzicht van de Wijsbegeerte’ in 2019.

5. De Kantiaan en het rennende meisje

Toen Braeckman (aan razendsnel tempo) de ethiek van Immanuel Kant aan het toelichten was, had hij wel een heel eigenwijze metafoor om de limieten van die ethiek te illustreren. Iemand die Kants ethiek (deontologie) 100% adequaat opvolgt zou bv. nooit mogen liegen, omdat hij of zij geen gedrag mag stellen waarvan hij niet zou willen dat het een algemeen geldende morele wet zou worden. Als jij liegt, dan zou in feite iedereen het mogen, maar als iedereen liegt dan is er geen waarheid meer.

Om dat te illustreren verzon Braeckman dit verhaal: stel dat je in het park bent en je een meisje zeer vlug voorbij je ziet lopen. Iets later komt een enge man met een mes voorbij en hij vraagt je of je ergens een meisje hebt zien lopen. Dan moet je niet zeggen: “Oei ja, ik ben een Kantiaan en ik mag niet liegen, wel ik zag haar die kant op lopen”….

Opmerking: later ontdekte ik dat dit helemaal geen originele anekdote is door Braeckman, maar iets dat al veel langer gekend is onder de naam ‘The Inquiring Murderer’.

4. Paris Hilton prijst de nieuwste CD van Braeckman aan

Deze prachtige collage werd helaas niet opgenomen in de PowerPoints zoals op Ufora te vinden, maar hier toch een wazige gsm-foto van dit meesterwerk:

image

3. If a tree falls in a forest, is anyone around to *PLOF* it?

Braeckman was de intrigerende metafoor van de vallende boom in het bos aan het uitleggen. Als er een boom in het bos valt, en er is geen enkel intelligent wezen in de verste verte om het te horen (ook geen opname-apparatuur enz.), bestaat die val en het geluid dat ermee gepaard gaat wel? Zoals wel vaker plofte de microfoon van Braeckman zeer luid (*POP*) net op het moment dat hij zei dat een boom in het bos omviel. “Dat was voorbereid” voegde hij nog toe.

2. Motivational Braeckman

Braeckman kan studenten toch zo mooi warm maken voor het studeren. In de laatste les zei hij nog (ongeveer): “Oké, dan volgt er vanaf volgende week een toffe periode waarin jullie kunnen ontspannen en dat soort dingen en zo… (5 sec. stilte) Wacht nee, dat is enkel voor mij”. Ongemakkelijk gelach vulde het auditorium.

1. NEE

Braeckman voorzag tijdens zijn lessen de mogelijkheid om in de pauze een blaadje met een vraag op zijn bureau achter te laten. Deze zou hij dan voor de hele groep direct na de pauze beantwoorden. Wanneer iemand in het laatste college de lef had om hem te vragen of hij bij de loge (vrijmetselarij) zat, antwoordde hij heel luid en duidelijk: NEE. Bij deze een dikke proficiat aan de dappere held die dit blaadje achterliet op zijn bureau.

image

Wat was jouw favoriete Braeckman-moment van het semester? Laat het me (eventueel anoniem) weten, klik hier

1 notes · See All
maximvandaele·6 months agoPhoto

Ik draag deze tekening op aan iedereen met een “gameverslaving”. Het zijn er meer dan je zou denken, maar je ziet ze niet. Dit is in de hoop dat zij er ooit uit breken en ontdekken dat het leven veel meer te bieden heeft dan >8 uur per dag gamen.

maximvandaele
0 notes · See All
maximvandaele·6 months agoText

De laatste tijd wordt er in de media continu moord en brand geschreeuwd over de resultaten van de recentste PISA-onderzoeken, waaruit zou blijken dat leerlingen nu slechter zijn in lezen, wiskunde en wetenschap dan vroeger. (Stel: als de leerlingen minder creatief zouden geworden zijn, of als ze minder gelukkig zijn, of als ze minder weten over cultuur en kunst: who gives a shit, dat levert toch geen geld op, nietwaar, mijn kameraden-neoliberalen?)

Zelfs als de PISA-resultaten waar zijn, moeten we ons de vraag stellen of we ons niet te veel blind staren op de resultaten van dit ene cijfermatige onderzoek. Het is en blijft één grote paradox: enerzijds willen we zo vlug mogelijk dat onze leerlingen weer beter scoren in het PISA-onderzoek, anderzijds kijken we (terecht) met argwaan naar het onderwijssysteem van de PISA-toppers: China, Singapore, Macau, Japan, Zuid-Korea: landen waar leerlingen als citroenen uitgeperst worden en bezwijken onder prestatiedruk.

Het wordt nog gekker als je dan beseft dat de meest gehoorde zaagklacht over ons onderwijssysteem is dat we te veel zouden ingezet hebben op vaardigheden, terwijl kennis verwaarloosd zou worden. Nu moet je wel beseffen dat goed zijn in vaardigheden juist cruciaal is om goed te scoren op de PISA-tests, die o.a leesvaardigheden meten en de vaardigheid om toegepaste wiskundige problemen op te lossen. Wat willen we nu eigenlijk?

Weg met de PISA-verafgoding! Doe mij maar een lekkere PIZZA!

0 notes · See All
maximvandaele·6 months agoText
image

Naast de - vermakelijke maar intussen afgezaagde afgezaagde - Pietendiscussie is nu een nieuw mini-debat ontstaan omtrent Sinterklaas. Namelijk: is het wel een goed idee dat kinderen massaal voorgelogen worden dat Sinterklaas écht bestaat?

Ik dacht niet dat ik het ooit ging zeggen, maar voor één keer moet ik Maarten Boudry (deels) gelijk geven. In een recent opiniestuk stelt hij de vraag of het wel een goed idee is om kinderen continu wijs te maken, als het ware in een soort georganiseerd complot, dat Sinterklaas écht bestaat, en dat hij écht miljoenen kinderen tegelijk in één nacht van cadeautjes voorziet, waarna hij vrolijk met zijn handlangers weer terug naar Spanje vaart.

Boudry vindt dat we “nogal lichtzinnig omspringen met die georganiseerde leugen.” En georganiseerd is ze inderdaad, “Kosten noch moeite worden gespaard om de jaarlijkse intocht [van de Sint] te ensceneren, om het allemaal levensecht te doen lijken.”, schrijft Boudry verder. Dat is volgens hem echter “moreel bedenkelijk”, want het misbruik van de goedgelovigheid van jonge kinderen kan leiden tot een vertrouwensbreuk of in enkelingen misschien zelfs tot een “psychisch letsel”.

Misbruik goedgelovigheid of onschuldige kinderlijke magie?

In een - hoe kan het anders - humoristische repliek nuanceerde en relativeerde Hugo Matthysen deze bezorgdheden. Uiteraard is het sterk overdreven om te denken dat de Sinterklaas-traditie zou leiden tot ernstige vertrouwensbreuken of trauma’s - de ontgoocheling bij het kind duurt nooit lang. En er is geen enkele therapeut die zich bezig houdt met PTSS - post-traumatische-Sint-stoornis zeg maar.

Het heeft inderdaad wel zijn charme, die jaarlijkse intochten van de Sint, die tekeningen en brieven die lagereschoolkinderen voor hem maken, de films en televisieprogramma’s, …  “Ik dacht dat het geen kwaad kon, dat kinderen weten dat er een oude man is die belangeloos van hen houdt. Dat die man het fijn vindt dat kinderen tekeningen maken, liedjes zingen en samen spelen.”, schrijft Matthys ter verdediging van de goedheiligman. Hij voegt nog toe dat fictieve personages - zoals zijn eigen typetje Clement Peerens - misschien niet echt bestaan, maar toch invloed hebben op echte mensen - ze kopen er bv. tickets voor. Als trots eigenaar van een fursona kan ik dit alleen maar bevestigen.

Die charme van het Sinterklaas-gebeuren wordt echter al lang bezoedeld door consumentisme - zie ginds komt de reclame uit de supermarkten weer aan, hij brengt ons Sint-Nicolaas, ik zie hem eind oktober al staan! En bij het Sinterklaas-feest gaat het heel veel om hebben, hebben, hebben. Jezelf vol proppen met chocolade, koekjes en marsepein. Verlanglijstjes schrijven, speelgoed krijgen, en er dan na een week niet eens meer om malen. U kent het wel.

Maar goed, ook dat gaat voorbij, de meeste adolescenten beseffen vroeg of laat wel dat er meer in het leven is dan materiële bezittingen en dat de belangrijkste dingen in het leven niets met kopen of consumeren te maken hebben. Probleem blijft echter de ‘georganiseerde leugen’ waar Boudry het over had. Is dit echt zo onschuldig als het lijkt?

Ondanks alles in Sinterklaas geloven

Iedereen kan zich wel - min of meer - het moment herinneren toen zijn ouders vertelden dat het eigenlijk allemaal maar één grote leugen was, dat Sinterklaas niet echt bestaat, dat al die cadeautjes van mama en papa kwamen, dat al die Sinterklazen acteurs waren. Tegen het moment dat dat gebeurt, had het kind meestal al serieuze twijfels, maar bleef het met een ‘sprong in het geloof’ verder geloven.

image

De Sinterklaas-legende is uiteraard maar een cover story, wie Neveneffecten keek, weet beter…

Althans, zo was het toch bij mij. Ik kan me niet meer herinneren hoe oud exact ik was toen mijn ouders mij moesten teleurstellen - net als Boudry wat aan de latere kant. Maar fijn was het in ieder geval niet. Destijds wisten de meeste kinderen van mijn leeftijd al dat Sinterklaas ‘make belief’ was, zoals het Engelse woord het mooi samenvat. Maar toch bleef ik in de Sint geloven, ondanks de reële twijfels die ik toen zeker al had: hoe kon de Sint in godsnaam miljoenen kinderen in één nacht tegelijk van speelgoed voorzien, en toch nooit gezien worden? Hoe zit het dan met kinderen in andere landen - worden zij dan door de Kerstman bediend? Of krijgen ze dan niets, hoewel ze ook braaf zijn?

Maar ik liet mijn twijfel varen en nam het toch voor waar aan, ook al kon ik rationeel wel vermoeden dat Sinterklaas onmogelijk kon bestaan, en ook al geloofden de meeste andere kinderen het niet meer. Dat maakte het des te pijnlijker wanneer mijn ouders de waarheid onthulden.

Zalig zijn zij…

Bekend in de Bijbel is een fragment uit hoofdstuk 20 van het evangelie van Thomas. De apostel Thomas is de enige die niet wil geloven dat Jezus herrezen is, dat hij drie dagen na zijn dood terugkeerde. Misschien is het wel een of andere bedrieger. Of misschien is het Jakob, de broer van Jezus, die ons voor de gek wil houden, wie weet. Daarom gelooft Thomas pas dat Jezus terug is, eens hij hem kan zien en voelen. Seeing is believing.

Maar Jezus werpt tegen: “Omdat ge Mij gezien hebt, gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.” (Johannes 20:29).  Wanneer zelfverklaarde skeptici in deze uitspraak een vrijgeleide zien voor heksenvervolgingen, de anti-vaccinbeweging, homohaat en andere gevaarlijke vormen van bijgeloof, dan slaan zij de bal totaal mis. Dat is niet waarover dit citaat gaat.

In het leven nemen we vaak keuzes, zonder dat we vooraf rationele, tastbare bewijzen hebben dat het de best mogelijke keuze is. We kiezen een opleiding of een job, zonder dat we weten of ze ons echt gelukkig zal maken. We vertrouwen erop dat we ooit een partner zullen vinden - zoals ik nu doe - ook als we daar geen enkele sluitende garantie voor hebben. En eens we toch de liefde vinden, of zelfs trouwen, is er nog altijd niets gegarandeerd: we vertrouwen erin dat het goed zal lopen, dat we als geliefden goed voor elkaar zullen zijn. En als het goed meevalt, krijgen we kinderen, maar ook dan weten we nooit 100% vooraf zeker of die kinderen wel een gelukkig bestaan zullen hebben. Toch gaan we ervoor.

Het gebrek aan sluitende rationele argumenten of bewijzen vooraf, houdt ons blijkbaar niet tegen om deze engagementen met volle overtuiging aan te gaan. Met andere woorden, we zien niet, maar we geloven toch: dit doen we de hele tijd, en het is inderdaad ‘zalig’, want als je het niet deed, zou je nooit gelukkig zijn en zou er nooit iets nieuws ontstaan. Deze prachtige boodschap gaat uiteindelijk over vertrouwen: ik weet niet dat het goed zal zijn, en toch vertrouw ik erin. Het lot, geluk, toeval, de goddelijke Voorzienigheid, Fortuna, … noem het wat je wil, we geven er ons toch aan over, en ik vind dat echt prachtig.

Wat heeft dit allemaal nu met Sinterklaas te maken, vraag je je wellicht af. Wel, ik vrees dat Sinterklaas dat het onze bereidheid om ‘te geloven zonder te zien’, (misschien) aantast. Het is maar een vermoeden. Het is niet voor niets dat ik de eerste jaren nadat ik hoorde dat Sinterklaas niet echt was, ook als zelfverklaarde atheïst door het leven ging. Ik herinner me nog goed hoe ik stellig ‘nee’ antwoordde op de vraag van de godsdienstleerkracht in het tweede middelbaar, of ik in leven na de dood geloofde.

Natuurlijk, iedereen maakt wel teleurstellingen mee in het leven, momenten waarin dit ‘geloven zonder te zien’ aangetast wordt - een relatiebreuk, jobverlies, een scheiding, de dood van een familielid. Maar volgens mij is een kind van acht jaar te jong voor zo’n aanval op het vermogen te ‘geloven zonder te zien’. Natuurlijk, de Sinterklaas-mythe is nog geen echtscheiding, maar toch vond ik het persoonlijk jammer dat mijn idealistisch geloof al op zo’n jonge leeftijd een knauw moest doormaken.

Voorstanders van de Sint zullen evenwel tegenwerpen dat dat misschien juist goed is: de Sinterklaas-mythe wordt doorbroken als een soort van veilige en kleine aantasting van het ‘geloof zonder te zien’. In die zin kan Sinterklaas een positieve ervaring zijn waaruit men juist een sterker geloof in het Goede put. Dat kan zijn, maar ik ben hier nog niet van overtuigd. Het debat blijft open… en tot dan… allemaal braaf zijn voor Sinterklaas. En genieten van je pakjes. En chocolade.

0 notes · See All
maximvandaele·6 months agoText
image


De rijkste 1% van de wereldbevolking bezitten ongeveer 45% van alle rijkdom op Aarde. En de tien allerrijkste miljardairs samen hebben $745 miljard - dat is evenveel geld als het volledig bruto nationaal product van het rijke Zwitserland, en zelfs bijna twee keer zoveel geld als pakweg Nigeria (190 miljoen inwoners!). (Misschien moet de Belgische regering maar eens aankloppen bij Jeff Bezos, die met nog geen tiende van zijn vermogen het gat in de begroting kan dichten).


Aan de andere kant moet zo’n 64% van de wereldbevolking het doen met zo’n 2% van het geld. En meer dan 800 miljoen mensen lijden honger. 590 miljoen mensen - 8% van de wereldbevolking - leven in extreme armoede. Dat laatste aantal daalt gelukkig wel, maar inkomensongelijkheid stagneert en neemt op sommige plaatsen zelfs toe. Nochtans is er, wel degelijk, genoeg voor iedereen! Niet enkel genoeg geld, maar ook genoeg eten.

Tegelijkertijd is er sterk wetenschappelijk bewijs dat, wanneer economische ongelijkheid toeneemt, het aantal psychosociale problemen (misdaad, zelfmoord, tienerzwangerschappen, ziekte, enz.) óók toenemen. Het is niet toevallig dat de meest welvarende en veiligste regio ter wereld (Europa) ook de kleinste sociale ongelijkheid heeft (met Noord-Europa als toppers).

Deze drie bovenstaande passages zijn voor mij bewijs zat dat economische ongelijkheid hét grootste wereldprobleem is. Het gaat letterlijk om het welzijn van miljoenen mensen, én het is een probleem dat wel degelijk aangepakt kan worden. Alleen. Alleen… waar is die aanpak? Waar is de politieke aandacht?

Verdringt het klimaatthema het sociale thema op de politieke agenda?

Ik vind het in ieder geval hallucinant dat er geen wereldwijde gecoördineerde politieke inspanning is om sociale ongelijkheid aan te pakken. Tegelijkertijd zien we wél klimaattoppen, de VN die zich tegen klimaatverandering uitspreekt, presidenten en premiers die inspanningen beloven, regeringen die maatregelen nemen, burgerbewegingen zoals Youth for Climate en Extinction Rebellion. Het klimaatthema staat ook altijd onder media-aandacht: elke dag is het in het nieuws. Maar de sociale ongelijkheid en de ongelijke verdeling van middelen? Dat hoor je nergens. Echt, vrijwel nergens.

image

Als Greta Thunberg maar eens écht besefte dat het niet alleen om klimaat gaat.

Dat is dan ook mijn vraag. Youth for Climate en Extinction Rebellion, dat is allemaal leuk en wel, maar waar blijft “Youth against Poverty”? Waar blijft “Inequality Rebellion”? Wanneer krijgen we de eerste wereldhongerspijbelaars? Waar vindt de eerste ‘Armoedetop’ plaats?

Het stoort mij echt heel hard dat dit thema, in vergelijking met klimaatverandering, disproportioneel weinig aandacht krijgt en dus disproportioneel zwak wordt aangepakt. In mijn vorige artikel toonde ik al aan dat sommige gevolgen van klimaatverandering overroepen zijn, maar zelfs als het echt zo erg is en we echt op het randje van de apocalyps staan, dan nog is dat geen excuus om sociale ongelijkheid en armoede de aandacht te weigeren die ze verdienen.

Morele prioriteiten stellen

Ik ga zelfs nog verder en vind dit thema veel dringender dan het klimaat. Moreel gezien verdient een acuut verhongerend kind voorrang op een traag smeltende ijskap. Het zijn allebei problemen, maar we zouden eigenlijk alle kracht moeten richten op de dringendste, nl. de problemen waarbij mensen in het hier en het nu (en niet in 2100 ofzo) betrokken zijn. Nu zouden de meeste linkse commentatoren mij waarschijnlijk tegenwerpen: maar natuurlijk willen wij ongelijkheid ook bestrijden! Natuurlijk willen we de allerrijksten harder belasten! Dat is wel waar, maar waar blijft de media-aandacht? Waar blijven de burgerbewegingen?


image

Je kan inderdaad geen geld eten, maar met geld kan je wel eten kopen, en die 800 miljoen hongerigen kunnen dat geld heus wel gebruiken.

Dan is er ook vaak het argument - vooral bij radicaal-links - dat de klimaatbeweging en de sociale strijd eigenlijk één en dezelfde strijd zijn: “Red is the new green” luidt een slogan van PVDA. We kunnen het klimaat niet redden zonder het kapitalisme te stoppen, gelooft men dan. Maar je mag niet vergeten dat het ene probleem oplossen niet automatisch betekent dat het andere opgelost is. Oké, er is misschien wel een beetje samenhang tussen de twee, zoals in de documentaire Darwin’s Nightmare aangetoond wordt. Maar het is perfect mogelijk dat klimaatverandering gestopt is en extreme economische ongelijkheid toch blijft bestaan. En tegenwoordig lijkt het die kant uit te gaan, hoewel dat moreel nauwelijks vooruitgang is. We moeten dus deze twee zaken toch enigszins uit elkaar houden: het is niet één strijd.

Dat het niet gaat om één strijd blijkt ook wanneer neoliberale partijen (zoals N-VA of Open Vld) klimaatmaatregelen steunen maar tegelijkertijd geen enkele visie omtrent armoede hebben (het heeft geen zin om meer mensen aan het werk te helpen als de ongelijkheid blijft bestaan; als mensen keihard voor een mager loon moeten werken terwijl miljardairs zonder een vinger uit te steken op bergen geld slapen).

Laten we dus meer aandacht schenken aan sociale ongelijkheid, niet opgaan in klimaatalarmisme, en deze twee zaken goed uit elkaar houden.

0 notes · See All
maximvandaele·6 months agoText
image

Het klimaatthema (de bezorgdheid over antropogene klimaatverandering) is een thema dat al decennia vrijwel continu onder media-aandacht staat. De afgelopen jaren is dat duidelijk alleen maar toegenomen. Tegelijkertijd is de toon steeds alarmistischer en apocalyptischer geworden. “Jullie stelen mijn dromen en kindertijd met jullie lege woorden”, dreigde de inmiddels wereldberoemde Greta Thunberg. Het Europees Parlement liep onlangs nog een ‘noodtoestand’ uit. En de naam van protestbeweging ‘Extinction Rebellion’ is ook veelzeggend.

Volgens steeds meer mensen gaat het niet langer slechts om een bedreiging voor het ecosysteem, maar is het bestaan van de hele mensheid in gevaar! Gezien het klimaatthema, oproepen tot actie, en ernstige berichten over de gevolgen van klimaatverandering continu in de media komen, wordt dit een soort van evidentie. Je ziet dergelijke nieuwsartikels zo vaak dat je vergeet eens écht stil te staan bij wat er op het spel staat. Met het gevaar pathetisch te klinken, vind ik dat de idee dat we “de planeet vernietigen” op een soort dogma begint te lijken.

Laten we deze vraag dus echt stellen: wat staat er nu écht, werkelijk op het spel, als er geen ingrijpende maatregelen worden genomen om klimaatverandering tegen te gaan? Het antwoord zal uiteraard afhangen van wie je het vraagt. Klimaatontkenners zullen beweren dat er geen vuiltje aan de lucht is, dat we gewoon kunnen verder doen. Dat lijkt me quatsch, ik ontken zeker niet dat klimaatverandering plaatsvindt en door de mens veroorzaakt wordt. Maar anderzijds lijken de apocalyptische uitspraken mij ook sterk overdreven. Geen van beide van deze posities lijken me gebaseerd op een ernstige en redelijk onderzoek.

Effects of climate change op Wikipedia

Ik heb het Wikipedia-artikel over dit thema eens doorgenomen. Ik kan het als volgt samenvatten: de gevolgen van klimaatverandering zijn waarschijnlijk negatief, maar hoe erg ze precies zullen zijn, kunnen we nu nauwelijks inschatten, want het hangt van allerlei factoren af. Tja, dat klinkt al heel wat minder dringend dan de Secretaris-Generaal van de VN die zegt: “We face a direct existential threat…Our fate is in our hands.”

image


Overigens lijkt de gevreesde impact op de landbouw, conflicten en migratie sterk overdreven. “As of 2007, the effects of regional climate change on agriculture have been small.“, lezen we onder de kop “Food supply” (voedselvoorziening). Goed, dit is al meer dan 10 jaar geleden, wellicht is het inmiddels veranderd. Maar zelfs als er een afname is in de voedselproductie, betekent dit niet dat het voortbestaan van de mens bedreigd wordt: we produceren wereldwijd genoeg voedsel om elke mens op aarde minstens 2 kilo eten per dag te geven. (Nu zal het eten wel duurder worden als de productie vermindert - vooral de armen zullen het voelen, maar dit is juist een reden om armoede en ongelijkheid meer te belichten, zoals ik in het volgende artikel zal beschrijven)

Het is een hardnekkig mythe dat wereldhonger een gevolg is van een te kleine voedselproductie. En intussen is ook wel bekend welke hallucinante hoeveelheden eten weggegooid worden door supermarkten. Absolute schaarste is dus niet het probleem, maar wel de verdeling van het eten! Echter, bewegingen als Extinction Rebellion negeren deze onrechtvaardige verdeling te veel.


image

De huidige voedselproductie kenmerkt zich eerder door overproductie dan door schaarste. De vraag is niet: hebben we genoeg eten? Maar wel: hoe zorgen we dat iedereen dat eten kan betalen?

Maar goed, hoe zit het dan met de impact op conflict en oorlog? Het lijkt niet ondenkbaar dat gevreesde waterschaarste kan leiden tot gewapende conflicten. Maar ook dit lijkt sterk overschat:

Factors other than climate change may, however, be more important in affecting conflict. For example, Wilbanks et al. (2007) suggested that major environmentally influenced conflicts in Africa were more to do with the relative abundance of resources, e.g., oil and diamonds, than with resource scarcity. Scott et al. (2001) placed only low confidence in predictions of increased conflict due to climate change.

Het lijkt me in ieder geval evident dat een gewapend conflict veel verschillende redenen kan hebben; en er werden vóór de klimaatverandering ook al oorlogen gevoerd omwille van schaarste - vroeger kwamen zulke oorlogen juist vaker voor. De vrees voor klimaatmigratie- en oorlogen berust voorlopig enkel nog op voorspellingen; het is afwachten op bewijs.


De bloemetjes en de bijtjes en de Extinction Rebellionetjes

Extinction Rebellion is een recent opgerichte, niet-gewelddadige beweging. Ze krijgen aardig veel mensen op de been in protestacties tegen klimaatverandering en vóór dringendere maatregelen. Op hun website is er de pagina “The Emergency”, waar ze bespreken wat er volgens hun op het spel staat. Ze verwachten o.a. “catastrophic effects on human society” - maar boven heb ik al aangetoond dat dit wellicht ietwat overdreven is.

Wat riskeren we volgens Extinction Rebellion? Wel ten eerste wordt biodiversiteit bedreigd: er zijn zeker 25 000 diersoorten van de IUCN-lijst met uitsterven bedreigd, volgens IPBES zijn zelfs één miljoen dier- en plantensoorten met uitsterven bedreigd. Dit is uiteraard jammmer, maar we kunnen ons eerlijk de vraag stellen: wat maakt het ons (de mensheid) nu uit? Natuurlijk is het niet leuk dat er minder verschillende diersoorten zijn, maar dit lijkt ook enigszins de natuurlijke gang van zaken te zijn (wat natuurlijk niet automatisch impliceert dat dit goed is).

Zeker 99% van alle soorten die ooit geleefd hebben zijn uitgestorven, en dat heeft niets met de mens te maken. Nu zou het natuurlijk wel zorgwekkend zijn als er te veel insecten uitsterven waardoor ecosystemen instorten, planten niet bestuift worden en zo onze voedselproductie in het gedrang komt. Hierover kan ik echter nauwelijks eenduidige informatie vinden en er bestaat zo te zien sterke onenigheid over hoe groot het gevaar is.

In ieder geval, zelfs als het verminderen van o.a. bijenpopulaties negatieve gevolgen heeft voor de landbouw, dan moeten het wel heel ernstige uitstervingen zijn, want zoals eerder gezegd zal een vermindering in de voedselproductie niet per se leiden tot schaarste, want er is nu al genoeg (zelfs te veel) eten.

image

Bee Movie (2007) is een populaire animatiefilm die gaat over het belang van bijen in de bestuiving van gewassen. Het is echter maar de vraag of een horrorscenario waarin bijen verdwijnen en we dus geen eten meer hebben realistisch is…

Dan is luchtvervuiling nog een andere bezorgdheid. Zeker zo’n zes miljoen mensen per jaar zouden sterven als gevolg hiervan. Dit is natuurlijk zeer jammer, maar het lijkt me ook wel een onvermijdelijk neveneffect van de manier waarop onze moderne technokapitalistische samenleving gestructureerd is. Je moet bedenken dat 1000 jaar geleden niemand stierf aan luchtvervuiling, maar wel stierven er miljoenen mensen aan ziektes, ondervoeding en geweld - zaken waar we nu heel wat minder last van hebben, onder andere dankzij de technologieën die de lucht vervuilen: iets moet toch die medicijnen de wereld rondbrengen, iets moet de landbouwmachines en fabrieken aandrijven, iets moet toch het eten over de wereld verspreiden. Tot we een wondertechnologie uitvinden die efficiënt vervoer én productie van middelen mogelijk maakt zónder luchtvervuiling, zal dit jammerlijk neveneffect onvermijdelijk zijn.


image

Sommige huizen in België zijn zo smaakloos dat het nu ook niet zó erg zou zijn als ze overstroomd zouden worden. Ehm…. (bron: uglybelgianhouses.tumblr.com)

Een andere zorg van groepen als Extinction Rebellion is de stijgende zeespiegel als gevolg van uitzetting van de watermassa en smelten van ijskappen. Nog los van hoeveel meter het zeeniveau precies stijgt, kunnen we hier de vraag stellen: hoe erg is dit nu écht voor ons? Zelfs als het zeeniveau enkele meters stijgt, gebeurt niet dit van de ene dag op de andere. We hebben heus wat tijd om ons voor te bereiden (dijken bouwen, gebouwen verhogen, enz.) en desnoods zelfs te verhuizen. Hoe dan ook, een stijging van meer dan twee meter lijkt zeer onwaarschijnlijk, zelfs als er geen maatregelen genomen worden.

Het klimaatzekere voor het klimaatonzekere nemen

Het zekere voor het onzekere nemen: dat is eigenlijk het principe waarop Extinction Rebellion (en de hele klimaatbeweging) gestoeld is. Of het Precautionary Principle, zoals ze het zelf beschrijven:

[…] where there are serious and irreversible risks, it is unwise to wait until all the evidence is in before acting strongly to head off those risks: because by then it will likely be too late. To date, we have not acted cautiously at all.

NOW, the precautionary principle warns of the possibility of billions dying as a result of the failure, to date, to stop reckless inertia on climate and on habitat-destruction. It is no answer to such warnings to say “But where is your proof of that scenario?” If we wait for the proof, it will likely be too late.

Het klinkt op het eerste zicht wel zeer verstandig. Voorkomen is immers beter dan genezen. We weten inderdaad nauwelijks welke gevolgen klimaatverandering écht zal hebben op de mensheid. Het kan veel erger zijn dan we verwachten, maar het kan ook veel minder erg zijn.

Je kan dit principe echter gebruiken om voorzorgen tegen letterlijk alles te rechtvaardigen - ook tegen ingebeelde dreigingen. Het is hetzelfde argument dat men hanteert om immigratie te stoppen: “we houden ze nu beter tegen, voordat ze heel onze cultuur overnemen”. Of je zou het nog gekker kunnen verzinnen en bv. pleiten om onderzoek naar artificiële intelligentie (AI) te verbieden uit angst dat AI ons misschien vernietigt zoals in Terminator.

image

Laten we maar al die informaticafaculteiten aan alle universiteiten sluiten. Ik bedoel, je wilt toch niet dat het tot dit leidt?

We kunnen ons dus maar beter focussen op de problemen die er nu zijn in plaats van eventuele toekomstige problemen waar nog geen hard bewijs voor is. En wat zijn die huidige problemen? Mijn antwoord is: extreme sociale ongelijkheid. Miljarden mensen in armoede. En dat terwijl we heus genoeg geld en eten hebben om iedereen een menswaardig bestaan te bieden. Waarom doen we dáár niets aan? Youth for Climate en Extinction Rebellion: allemaal gezellig, maar waar blijft Youth against Poverty en Inequality Rebellion? Waar blijven de wereldhongerspijbelaars? Dat is het thema voor het volgende artikel.

0 notes · See All
maximvandaele·6 months agoLink
0 notes · See All
maximvandaele·6 months agoLink
1 notes · See All
maximvandaele·6 months agoText

Op dinsdagavond 19 november, om 21u, in auditorium 3 (Suzanne Lilar) van de campus Boekentoren in UGent, vond een lezing plaats door prof. Bart Vandenabeele (UGent), die o.a. een vak over de filosofie vanaf Friedrich Nietzsche en een vak over esthetica geeft. Even kijken wat ik eruit onthouden heb (dit is vooral een notitie voor mezelf, maar als iemand anders er iets aan heeft, des te beter!):

Hoewel Vandenabeele niet vindt dat schoonheid gedefinieerd kan worden, zijn dit een aantal kenmerken die hij aan schoonheid toekent:

  • Schoonheid heeft te maken met een aangename ervaring, met iets ‘mooi’ vinden. Schoonheid is echter meer dan dat, maar dit is een eerste waarde.
  • Schoonheid mag dan wel voor een aangename ervaring zorgen (door de filosoof Immanuel Kant als “Wohlgefallen” omgeschreven), het is niet hetzelfde als het bevredigen van een behoefte of een lust.
  • Schoonheid komt onverwacht, je kan het niet zomaar opwekken op dezelfde manier dat je bv. je favoriete gerecht in een restaurant bestelt of zelf maakt, om je smaakpapillen te bevredigen. (Hier kan je echter opmerken: als mensen naar een museum, theater of optreden gaan, dan zoeken ze juist toch wél bewust schoonheid op? Dit heb ik niet helemaal begrepen.)
  • Misschien wel het belangrijkste: schoonheid is niet de volledig geïdealiseerde schoonheid (bv. ‘het ideale, mooiste, volmaaktste gezicht of schilderij of muziekstuk’), maar is juist een benadering van ultieme schoonheid waar toch iets onverwachts of ‘ongepast’ inzit (bv. een schoonheidsvlek op een gezicht). Schoonheid is echter evenmin een overdreven concentratie van dit onverwachte of ongepaste, anders hebben we het over obsceniteit of kitsch. Grote kunstenaars kennen de traditie en hun voorgangers heel goed, ze kennen ‘de regels van de kunst’, maar hun genie zit er juist in hier creatief mee om te gaan.
0 notes · See All
maximvandaele·6 months agoText
image


Ik ben 19 jaar, en ik zoek een liefdespartner. Hoe hard ik toch verlang naar fysieke intimiteit, naar goed geknuffel! Ik zou er een boek vol over kunnen schrijven. Men zegt wel eens, de liefde kun je niet te forceren, net als bij geluk geldt: als je het bewust te hard zoekt, dan zul je het nooit vinden. Je moet gewoon afwachten tot het lot je met de liefde zegent.

Daar valt wel iets voor te zeggen, in de zin dat je de ‘klik’ die twee tortelduifjes voor elkaar voelen, nooit kan afdwingen. Maar anderzijds: als je je wegsteekt in een hoekje en passief afwacht, heb je na tien jaar misschien nog altijd geen lief. Dus vond ik dat het nu wel eens tijd was dat ik actief op zoek ging.

De eerste optie hiervoor leek me evident: ik maak een profiel aan op Tinder. De site wordt door miljoenen mensen gebruikt, ongetwijfeld zou ik er wel iemand op ontmoeten met wie ik die ‘klik’ voel, toch? Ik was me goed bewust van de mogelijke nadelen en gevaren - ik had me goed ingelezen. Over de keuzestress en de kans dat het allemaal niets wordt, wist ik genoeg. Maar ik probeerde dat opzij te zetten - zó slecht zal het wel niet zijn, zeker? Per slot van rekening hebben sommige mensen zelfs hun huwelijkspartner op Tinder gevonden. De eerste ‘Tinderbaby’s’ zijn een feit…

De trieste waarheid over Tinder

Al snel maakte mijn enthousiasme voor het Tinder-avontuur plaats voor teleurstelling. Geen teleurstelling over de mensen op Tinder, of over het concept online daten, maar wel over de manier waarop Tinder werkt. Na een dag had ik de app verwijderd. In tegenstelling tot wat vele mensen denken is oppervlakkigheid niet het grootste probleem met Tinder (volgens mij althans, in het echt of op andere sites zijn eerste indrukken en uiterlijk niet minder belangrijk dan op Tinder). Het probleem met Tinder is volgens mij tweeledig:

1. Het overaanbod van potentiële partners

Apps en sites als Tinder geven je het gevoel, ten onrechte, dat er tientallen mogelijke liefdespartners voor je klaar staan, op elk moment. Ergens weten we dat dit niet klopt, maar de keuzestress is er toch. Wat als de jongen of het meisje dat je net naar links swipete (niet geïnteresseerd) toch de man of vrouw van je leven zou blijken, mocht je hem of haar in het echt ontmoeten? De psycholoog Barry Schwartz noemt dit de “paradox of choice”: een grotere keuze (aan partners, opleidingen, confituurmerken, …) geeft juist meer stress, doet mensen minder keuzes maken, en maakt mensen ook minder tevreden over die keuze (want wat als die andere 50 veel beter waren?).

2. Het ‘match’-systeem

Veel minder bekend is - volgens mij - het probleem van het matchsysteem. Op Tinder krijg je een stroom van profielen (één tegelijk) te zien, en je kan slechts twee simplistische (bijna kinderachtige) oordelen vellen: ‘like’ (interesse, naar rechts swipen) of ‘dislike’ (geen interesse, naar links swipen). Het probleem is echter (naast het feit dat je tientallen mensen expliciet moet afkeuren op basis van een eerste indruk): twee mensen mogen pas beginnen chatten met elkaar als ze elkaars profiel allebei ‘geliket’ hebben (een ‘match’).

Als je hier even over nadenkt, besef je hoe belachelijk dit is. Als je in het echte leven met iemand wil flirten, spreek je die persoon toch ook gewoon aan? Er is toch niemand die een of ander formulier zou voorleggen en zeggen: “Kijk, ik heb mijn handtekening geplaatst, nu jij nog de jouwe, pas dan kunnen we beginnen praten.” Maar dat is effectief wat er op Tinder gebeurt.

Spontaan een gesprek beginnen met iemand die jou interessant lijkt is op Tinder zo goed als onmogelijk. Ik zou het veel beter vinden, als je zou kunnen bladeren door een reeks profielen, en als je iemand ziet die je interessant vindt, dat je hem of haar dan een bericht kan sturen. Dan zie je wel of het iets wordt. Ik denk dat sommige traditionele datingsites ook wel zo werken, het probleem is echter dat die vooral op 30-50-jarigen gericht zijn en bovendien betalend zijn. Alsof je op je 35ste pas kan inzien dat heel het systeem achter Tinder idioot is! Dit laatste klopt niet helemaal, er is ook nog de prima, gratis datingsite OKCupid, die deze problemen niet kent, maar gewoon helaas veel te weinig gebruikt wordt!)

Dus ja, mijn zoektocht gaat verder. Op een andere manier, niet op Tinder… We zullen zien wat het wordt ;)

0 notes · See All
Next Page